(~215 B)

Opnieuw opbouwen

Opnieuw opbouwen

Twee jaar geleden stond ik voor de spiegel en voelde ik iets wat ik lange tijd nauwelijks had gekend: tevredenheid. Eindelijk. Ik heb er zelfs nog over geschreven. Na jaren van diëten, jojo’en, mezelf afmatten en constant straffen, was er rust. Niet perfectie, maar balans. Sporten voelde niet als een moetje om af te vallen, maar als iets dat mijn lichaam en mijn hoofd goed deed. Voeding was geen strijd, maar een manier om mezelf te voeden, om energie te hebben, om plezier te voelen in wat ik at. Het was een soort overwinning, een lichaam dat na jaren strijd neutraal aanvoelde. Het was verre van perfect en misschien niet volgens het bekende schoonheidsideaal, maar het was passend bij mij. Ik wist dat ik nog best wat kon afvallen, maar het hoefde niet meer. Ik kon heel neutraal en met rust naar mijn lichaam kijken. Mentaal voelde ik me vrijer dan ooit. Die rust, die balans rondom voeding en beweging, daar was hard voor gewerkt.

Genadeklap

En toen kwam het ziekenhuis met de genadeklap. Alsof mijn lichaam dacht: ‘Rust? Haha, wat een grap. Dat gaan we lekker door de war schoppen!’ Ik zat laatst in de auto met Raymond en zei dat ik zoveel vragen kreeg over het afvallen en hoe ik dat gedaan had. Hij begon te lachen en riep: ‘zal ik het telefoonnummer van je longarts even geven aan al deze mensen?’ We lachen er inmiddels om, maar het is verre van grappig. De medicatie was uiteindelijk het probleem niet, maar het traject maakte een hoop in me los en zorgde voor de mentale breakdown. Twee jaar lang trajecten, behandelingen, kamers, wachten, niet luisterende mensen, onbegrip, niet meer praten, overleven. Het brak me af, van binnen en van buiten. Sporten werd een overlevingsmodus, eten werd iets waar ik tegen vocht. Het lijf dat ik had opgebouwd, het hoofd dat ik eindelijk stil had gekregen, alles viel weg. Alles wat ik dacht dat ik had geleerd, voelde ineens ver weg. Het lukte me niet meer om mezelf op de rit te krijgen. En nu sta ik weer aan het begin van een nieuwe weg. Aan het startpunt, als een compleet nieuw persoon. Mijn lichaam is veranderd, mijn hoofd is veranderd, mijn rituelen moeten opnieuw worden opgebouwd. En dat is lastig.

Opnieuw leren

Het spannende is dat ik opnieuw moet leren wat balans betekent. Mijn oude patronen wéér omdraaien: van sporten als dramatische houvast naar sporten als plezier. Van niet tot nauwelijks eten naar voldoende voeding. Van obsessie naar ritme. Ik probeer mezelf opnieuw op te bouwen. Niet om de verloren kilo’s weer terug te krijgen, maar om rust te vinden rondom voeding en beweging. Om een leven te creëren waarin ik kan genieten zonder schuld, bewegen zonder dwang en mijn hoofd niet constant overuren hoeft te draaien. Ik moest niks weten van de term eetproblematiek maar toen iemand me dat uit het niets weken geleden eens vroeg, was het een pijnlijk besef dat daar een kern van waarheid in zit. Of nou ja, van de stress en spanning was mijn eetlust compleet verdwenen, maar ik heb er ook niks aan gedaan om daar op een gezonde manier mee om te gaan, waardoor dat een steeds groter ding is geworden. Sterker nog: ik was er totaal niet rouwig om dat ik niks naar binnen kreeg. Het kwam me wel heel goed uit. En tot de dag van vandaag spoken die gedachten door mijn hoofd en probeer ik gezond te denken in plaats van toe te geven aan deze gedachten.

Als je al een verleden hebt als jojo’er, is deze strijd knap lastig. Want ondanks dat ik echt niet trots ben op wat ik mezelf heb aangeleerd, voelt het ergens wel heel goed dat die kilo’s eraf zijn en ik lichter ben dan ooit. Dat is kut, omdat het mentaal dus ook een grotere puinhoop is dan het ooit geweest is en dat was dan weer niét de bedoeling. Dat gaat geheel tegen mijn gevoel in. Want als ik naar bovenstaande foto’s kijk, voelde ik me links veel beter en rustiger. Maar rechts is het lichaamsbeeld dat in lijn is met wat ik al die jaren in mijn hoofd heb gehad als ideaalbeeld. Een grotere mindfuck als professioneel afvaller is er eigenlijk niet. Is dun dan écht niet beter?! Ik kan nu volmondig zeggen: nee, niet als je hoofd fucked up is.

Ik kijk in de spiegel en zie het resultaat van twee extreme jaren: hangend vel, maar ook kracht. Iemand die veel heeft verloren, maar ook langzaam weer opbouwt. Een lijf dat nog steeds leert wat het kan, wat het nodig heeft, wat het aankan. En een hoofd dat worstelt met eten. Nog steeds hongerloos, nog steeds af en toe gevangen in gedachten die zeggen: ‘Je hoeft niets, dus doe het niet.’ Maar ik weet ook: ik moet eten. Voeding is nodig om te sporten, spieren op te bouwen, energie te hebben. Het is oké dat mijn lichaam voedsel opslaat, het is oké dat ik leer luisteren naar wat ik nodig heb zonder mezelf te straffen. Het is oké dat het aan het zoeken is naar rust en herstel. Ik maak de keuzes die van me verwacht worden en eet vrijwel elke dag voldoende. Maar dat is wel elke dag weer een keuze maken die niet strookt met ‘naar mijn lichaam luisteren’. Die vertelt me namelijk niet zoveel goeds op dit moment omdat ik het simpelweg niet voel.

Nieuwe rituelen

Mijn nieuwe rituelen zijn klein, maar krachtig op dit moment. Een groene smoothie ’s ochtends, kwark op de bank ’s avonds, een banaan voor de sportsessie. elke dag dezelfde lunch zodat ik niet hoef na te denken, avondeten plannen dat goed en veilig voelt. Drie keer per week sporten, soms een vierde keer, maar rustig. Niet meer uren cardio, maar langzaam weer aan de gewichten hangen die ik zo heb gemist. Kleine stappen, maar elke beweging telt. Het is opbouwen in mijn tempo, met geduld, met compassie. Het is keihard werken, elke dag opnieuw. Dit gaat niet vanzelf. Het is misschien wel harder werken dan alle afgelopen jaren bij elkaar. Afvallen is voor mij niet moeilijk, aankomen ook niet. Dat heb ik wel bewezen. Maar die balans zien te vinden na een periode van uitersten en iets anders doen dan wat je in eerste instantie zou doen? Dat is een van de grootste opgaven.

Trainen

Langzaam merk ik dat ik weer plezier krijg in krachttraining. Het is nog steeds lastig als ik gewichten moet kiezen en minstens de helft lager moet pakken dan twee jaar geleden. Ik word dagelijks geconfronteerd met het gevecht dat ik de afgelopen twee jaar heb gevoerd. Zoveel afvallen in korte tijd betekent nu eenmaal flink wat kracht inleveren. Dus ja, ik hang ietwat gefrustreerd de schijven aan de barbell. Ik pak de lichtere dumbells. Omdat ik uiteindelijk voel dat mijn lichaam iets doet, dat ik sterker word, dat ik mezelf kan uitdagen zonder mezelf te straffen of helemaal kapot te sporten. Mijn spieren laten zich zien, mijn kracht keert stukje bij beetje terug en dat geeft een soort stille trots die niemand anders kan zien. Juist de rustigere sportsessies die ik perfect heb kunnen afronden en waarbij ik 70 procent heb gegeven in plaats van over het randje ben gegaan, geven voldoening. Dan kan ik trots op mezelf zijn. De kleine rituelen, die ogenschijnlijk simpele routines, zijn mijn houvast. Ze geven structuur aan een leven dat nog steeds heropbouwt, een leven waarin ik mezelf opnieuw leer kennen.

Hard werken

Het is hard werken, maar langzaamaan blijf ik bouwen op die gezonde gewoontes. Ook als mijn hoofd iets anders zegt. Elke smoothie, elke sportsessie, elke wandeling, iedere kwark op de bank zijn een stap dichter bij mezelf. Het gebeurt met vallen en opstaan en elke dag is een keiharde strijd om de juiste keuze te maken. Het is werk in uitvoering, met houvast in de kleine dingen en vertrouwen dat het, beetje bij beetje, goed komt. Daar heb ik de tijd voor nodig, maar we bekijken het dag voor dag. Tot ik op een dag weer met rust in de spiegel kan kijken en denk: ‘Je hebt het geflikt, Shir. Je bent er weer.’

Delen:
Secured By miniOrange