Met twee jongens van 9 en 12 in huis denk ik het ouderschap wel redelijk onder de knie te hebben. Het gaat allemaal wel zijn gangetje, met ochtend- en avondroutines en alles ertussenin. Niet dat het vlekkeloos verloopt, dat zeg ik niet. Ze vliegen elkaar dagelijks in de haren, Skyler begint lekker te puberen, Maddox wordt opstandig en wil alleen maar doen waar hij zin in heeft (hele dag achter een scherm), als ik moe ben (en dat is nogal vaak) heb ik helemaal geen zin in twee van die energieën bij elkaar en elke fase vraagt om aanpassingen. Laten we het erop houden dat als je denkt dat je het ritme gevonden hebt, alles weer door de war wordt geschopt door een verandering. Maar met onder de knie hebben bedoel ik dat we er wel mee om kunnen gaan. We staan op, doen ons ding, weten de jongens in leven te houden, ze luisteren aardig en zijn nog goed gelukt en vriendelijk ook. Noem dat eens niét onder de knie hebben.
Rompslomp
Ik dacht altijd dat opvoeden vooral draaide om regelen, organiseren en overal bovenop zitten. Zorgen dat iedereen op tijd opstaat, zijn spullen meeheeft, gymtassen niet vergeet, broodtrommels klaar heeft staan, enigszins normaal de deur uitgaat en dat je vervolgens het bordje taxi op de auto schroeft om te zorgen dat iedereen overal op tijd verschijnt. School, sporten, traktaties, ziekenhuisafspraken, kappers, schoolapps, playdates. Je bent als ouder, en in ons geval meestal ik als moeder omdat de dagelijkse rompslomp grotendeels op mijn schouders komt, continu bezig met vooruitdenken en alles draaiende houden. Dat is ook zo. Maar!
Loslaten
Hoe ouder de kinderen worden, hoe vaker ik merk dat opvoeden óók iets anders is. Namelijk: leren loslaten. Het alleen buiten willen spelen, naar school lopen, een zoon die naar de middelbare school gaat en opeens vaker weg dan thuis is. Maar ik bedoel ook die andere momenten, waarin kinderen je soms totaal onverwachts spiegelen hoe ingewikkeld volwassenen het zichzelf kunnen maken. Niet alleen mijn kinderen kunnen loslaten, maar eigenlijk ook mijn eigen gedachten rondom alles.
Chaos
Zoals wanneer ik weer eens als een kip zonder kop door het huis loop en in mijn hoofd alweer bezig ben met alles wat nog moet gebeuren. Dan kijk ik om me heen en denk ik: OMG, wat is hier gebeurd? Overal zie ik dingen die niet af zijn. Een tafel vol spullen, een vest over een stoel, schoenen die niet op hun plek staan, een opengeklapte laptop omdat ik nog moet werken, bergen schoolwerk op de tafel omdat de tas is leeggeruimd maar niet is opgeruimd, kleding over de bank omdat ze zichzelf net hebben omgekleed vanwege een training, was die nog gedaan moet worden, een halflege vaatwasser, messen op het aanrecht die eerder die dag zijn gebruikt en waarvan ze denken dat die waarschijnlijk ooit zelf schoon de la weer in gaan. In mijn hoofd voelt dat direct als onrust. En ondanks dat ik roep dat ze zelf hun t*ringzooi moeten opruimen, jeuken mijn handen ook echt om dit zelf even te doen. Zuchten en steunen dat zij het moeten opruimen en dan zelf gewoon beginnen want dat is sneller en gemakkelijker. Herkenbaar? Alsof ik pas echt kan zitten als alles eerst netjes is. En dan kijkt Skyler om zich heen en zegt doodleuk: ‘Het is toch gewoon netjes genoeg?’
Netjes genoeg
Netjes genoeg. Ik zweer het. Terwijl mijn hoofd op standje error staat, vindt hij het netjes genoeg. Mijn eerste reflex is meteen uitleggen waarom iets nóg netter kan. Waarom we best nog even kunnen opruimen voordat we gaan zitten. Maar ergens voelde ik ook direct dat hij misschien wel gelijk heeft. Voor hem is een huis gewoon een plek waar geleefd wordt en waar spullen liggen omdat je ze gebruikt. Waar het niet nodig is dat alles eruitziet alsof er ieder moment bezoek kan binnenlopen. Dat bezoek hou ik toch wel buiten de deur, haha.
Kinderen kijken sowieso vaak veel directer naar dingen, merk ik. Zonder al die lagen die volwassenen er overheen leggen en waar ik nogal een handje van heb omdat ik zoveel onrust voel. Waar ik meteen denk in lijstjes, verantwoordelijkheden en dingen die nog moeten, kijken zij vooral naar wat er nú is. Maddox zei laatst iets soortgelijks toen we eindelijk eens een weekend hadden zonder afspraken, sport of verplichtingen. We hadden helemaal niks gepland en ik word ontiegelijk onrustig van dat soort dagen. ‘Ik ben zo blij dat we gewoon niks hoeven dit weekend’, zei hij. Er was geen voetbal, basketbal is gestopt en we hadden helemaal niks gepland. Een open weekend. Daar krijg ik dus echt een error van.
Maar Maddox bedoelde dat ook echt zo. Terwijl ik alweer dacht dat we misschien nog iets leuks konden doen en ik graag met zijn vieren op pad wilde, was hij juist blij met de rust. Met het feit dat er even niks hoefde want ‘daar is het toch weekend voor?’ Hij had het hele weekend voor zich en kon doen wat hij wilde. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kan dat dus niet.
Onrustig
Ik ben daar slecht in. Ik kan niet rustig aan doen en een dag gewoon een dag laten zijn. Ik moet op pad, ik wil wandelen of sporten, ergens koffie drinken. Ik heb geen rust om op de bank een boek te lezen. In ieder geval niet voordat ik iets anders heb gedaan want als ik íets heb kunnen doen, voelt het daarna wel prima om even een boek te lezen. Maar thuiszitten? Hoezo? Wat wil je doen dan? Een weekend hoeft voor mij niet productief te zijn, maar ik moet wel mijn vrije tijd goed besteden.
Ik wil gewoon even weg. Koffie drinken, wandelen, sporten, ergens zitten waar niemand ‘mamaaaa’ roept of waar ruzie ontstaat omdat de één bij FC26 per se zijn doelpunt in de herhaling wil laten zien op de Nintendo terwijl de ander daar helemaal geen zin in heeft. We hadden laatst een dag niks en toen ben ik gefrustreerd buiten in de tuin gaan zitten met mijn boek. Waar de mannen dachten ‘heerlijk’, werd ik met de minuut chagrijniger. ‘Weet je wat, ik ga wel wándelen!’ riep ik nog. Raymond moest er vooral om lachen en trakteerde me ’s avonds op eten van de toko om de stemming nog enigszins op te fleuren. Ik vind het vooral doodzonde van de dag, terwijl ik heus wel weet dat mijn lichaam en hoofd die rust op dit moment juist goed kunnen gebruiken.
Ik kan nog steeds niet helemaal ontdekken waarom ik zo denk. Waarom stilzitten voor mij bijna voelt alsof ik iets verkeerd doe. Als we thuis zijn, zie ik alleen maar was, het huishouden, geluid, dingen die nog moeten gebeuren. Terwijl als ik op pad ben (al is het maar een koffie buiten de deur, ik hoef geen hele dagen weg) het voor mijn gevoel pas echt weekend is. Misschien voelt thuis ontspannen voor mij gewoon niet echt als ontspannen. Ik moet altijd een beetje lachen als ik online mensen zie die helemaal zen in de tuin een boek zitten te lezen. Mijn eerste gedachte is dan oprecht: ‘Heb je niks beters te doen?’ Haha. Echt verschrikkelijk eigenlijk. Maar ik betrap mezelf er zó vaak op. Misschien wil ik daarom ook steeds weg, omdat het dan voelt alsof ik tenminste nog iets doé voor mezelf.
Kinderen zijn daar helemaal niet mee bezig. Die denken niet na over hoe ze het maximale uit hun weekend halen. Die vinden het gewoon fijn dat ze in hun pyjama op de bank kunnen hangen zonder planning. Wat dat betreft leren de kinderen me wel iets over loslaten als groter geheel. Zij leven écht in het moment en zijn niet continu bezig met ‘wat gebeurt er straks?’ Ze denken niet vooruit, denken niet aan wat er beter of anders kan en zien het op dat moment wel. Zij accepteren makkelijker dat iets gewoon goed genoeg mag zijn. Of het nu gaat om een weekend zonder plannen of een huis dat niet helemaal netjes en opgeruimd is. Een dag hoeft wat hen betreft niet bijzonder te zijn om toch fijn te voelen. Wat hun betreft is goed genoeg echt goed genoeg. Dat leren ze me dan ook wel, zonder dat ze het zelf doorhebben. Dat niet alles altijd beter, voller, netter of productiever hoeft. En dat ik in hun ogen waarschijnlijk al lang genoeg doe, ook op dagen waarop ik zelf denk van niet.