Iets meer dan twee weken geleden zei ik nog tegen iemand dat ik de connectie tussen mijn hoofd en mijn lijf kwijt was. Ik denk dat ik dat onbewust het universum in heb geschoten, want opeens kreeg ik te maken met een lesje overgave. ‘Je bent de connectie kwijt? Nou, dan gaan we ervoor zorgen dat er een complete error ontstaat, zodat je niets anders kan dan naar je lichaam luisteren.’ Ik klapte eruit. En goed ook.
Medisch plan
Toen ik twee weken geleden bloed liet prikken, waren mijn waardes veel te hoog. Stiekem wist ik dat al. Ik voelde me al de hele week niet lekker: moe, grieperig zonder echt ziek te zijn, sportsessies die niet meer lukten, beetje draaierig op mijn benen. Maar hé, ik had allerlei excuses: ik was moe vanwege twee deadlines, ik was een beetje benauwd door de hooikoorts, ik was ongesteld en mentaal had ik ook een klein dipje. Komt wel weer goed, dacht ik. Zoals ik altijd denk. Maar toen ik maandag opnieuw moest prikken en de waardes door het dak waren geschoten, had ik binnen no time de longarts aan de telefoon. Vervolgens volgde de noodmedicatie, een kuur prednison en de boodschap ‘doe het maar een beetje rustig aan.’ Een goeddoordacht medisch plan waar ik me vast snel weer beter door zou voelen. Alleen dacht mijn lichaam daar iets anders over.
Kortsluiting
De waardes daalden mooi en op papier had ik er alle vertrouwen in. Alleen voelde ik dat mijn lichaam iets anders aan het doen was. Alsof ik ergens een lek had en volledig aan het leeglopen was, zonder dat ik daar zelf enige controle over had. Toen ik op zaterdag mijn laatste prednison nam en ook weer mijn eigen prik mocht prikken, dacht ik eigenlijk dat het vanaf daar de goede kant op zou gaan. Ik had me heel rustig gehouden, was zelfs een paar dagen thuisgebleven van werk, had niet gesport en zelfs niet echt gewandeld. Tot ik de dag erna compleet instortte. Niet een beetje moe, maar gewoon volledig leeg. Zo moe dat ik overdag zittend in slaap viel zonder dat ik daar tegen kon vechten. Ik snapte er echt helemaal niks van. Ik ben in mijn leven -geen grap- nog nooit zo ontiegelijk moe geweest. Zelfs niet tijdens de jarenlang durende slapeloze nachten van onze kinderen. Een paar dagen later zat ik op de spoedeisende hulp.
Ergens had ik daar de hoop dat ze iets zouden vinden. Een saturatie die te laag was, een longfoto die liet zien dat er een ontsteking zat, íets wat zichtbaar maakte waarom ik me zo ontzettend slecht voelde. Niet omdat ik graag iets ernstigs onder de leden wil hebben (alhoewel ik dat vorige week nog wel riep omdat ik dan maar een excuus had om op de rem te trappen), maar omdat het soms makkelijker is als er iets tastbaars is. Iets wat verklaart waarom je nauwelijks meer overeind blijft.
Uitputting
Maar dat was het dus niet (helemaal). Mijn hart was goed (thank God), mijn longen waren goed (surprise van de eeuw?) en alle geteste virussen bleken negatief. Ook mijn bloed zag er aardig uit, op één afwijking na: weer dezelfde bloedwaardes die dwars door de noodmedicatie omhoog waren geschoten. Waar de noodmedicatie keihard zijn best deed om de waardes omlaag te krijgen, heeft mijn gewone prik en ‘iets’ van buitenaf ervoor gezorgd dat ze weer heel erg hoog waren. De ‘diagnose’ van de kortsluiting was voor de artsen dan ook simpel: de stuiterende bloedwaarden en de opvlamming van de astma waar mijn lichaam tegen vecht, de impact en bijwerkingen van alle medicatie die in korte tijd gegeven was en, iets wat niet in een bloeduitslag of scan te vangen is maar waar vooral Raymond en de verpleegkundigen heel duidelijk over waren: pure uitputting. En misschien was dat nog wel het moeilijkste om te horen, want daar kan ik namelijk niet zo heel veel mee. Of nou ja, dat gedeelte heb ik als enige wél zelf in de hand, maar zoals ik in de intro al zei: hoe luister je naar je lichaam als je dat de afgelopen twee jaar absoluut niet meer kunt? Dan heb ik liever iets dat op papier niet klopt, zodat artsen zich daar om kunnen bekommeren.
Onderdeel
Deze twee weken staan niet op zichzelf, ze zijn onderdeel van iets wat al veel langer speelt. Twee jaar ziekenhuisafspraken, twee jaar onderzoeken, twee jaar bloedprikken, twee jaar een zware mentale strijd, twee jaar 25 kilo afvallen, twee jaar verschillende medicatie en twee jaar waarin mijn gezondheid altijd ergens op de achtergrond aanwezig was, ook op de momenten dat ik deed alsof dat niet zo was. En ondertussen bleef ik lekker doorgaan, want daar ben ik goed in.
Ik bleef sporten, vier keer per week. Ik bleef wandelen, gemiddeld 12.000 stappen per dag. Ik bleef werken, fulltime. Ik bleef proberen de versie van mezelf te zijn die ik altijd was geweest. Misschien nog wel harder dan daarvoor, want ik voel me gewoon oprecht beter als ik gewoon lekker kan doorgaan. Alsof ik ergens wilde bewijzen dat mijn lichaam dan misschien niet helemaal meewerkte, maar dat ik in ieder geval nog steeds de regie had. Als ik nu terugkijk, zie ik hoe vaak mijn lichaam iets probeerde te vertellen waar mijn hoofd geen zin in had.
Kappen maar
Mijn hoofd houdt van oplossen, van plannen maken en vooral van doorzetten. Mijn hoofd ziet een probleem en denkt: oké, hoe gaan we dit fixen? Hoe zorgen we dat we alsnog kunnen doen wat we willen doen? Dat werkt fantastisch en ik ben er vaak trots op. Totdat het niet meer werkt. Totdat een lichaam denkt: ‘ho stop, dit tempo houden we niet vol.’ Mijn lichaam presenteert nu de rekening van alles wat het al die tijd heeft gedragen. En ja, het is zeker te wijten aan alle medicatie van de afgelopen twee weken en de stuiterende bloedwaardes omdat mijn astma uit de bocht is gevlogen. Ja, mijn ontstekingswaardes zijn sky high waardoor mijn lichaam kapot hard aan het werk is en ik daarom zo moe ben. Maar diep van binnen weet ik dat we ook te maken hebben met een lichaam dat de klappen even niet meer kon verwerken. Dat normaal echt wel hard werkt en het onder controle krijgt zonder al te veel kleerscheuren, maar die nu heeft gedacht: ‘kappen maar, hier werk ik niet meer aan mee.’
Waar ik de eerste dagen nog keihard aan het vechten was tegen mezelf en boos was op iedereen omdat ik thuis moest blijven van werk, sport en wandelen, begon ik na het bezoekje aan de spoed wel in te zien dat ik niets anders kon dan overgeven. Niet omdat ik daar op zat te wachten of ineens heel wijs was geworden, maar wel omdat ik geen keuze meer had. Voor het eerst in lange tijd stopte ik met trekken aan iets wat niet meer mee wilde bewegen. Dat werkte heel even, maar inmiddels begint de onrust toch weer te borrelen. Het begint nu wel echt heel erg lang te duren, voor mijn gevoel.
Energie
Ik kan geen bank meer zien en heb er genoeg van om niet mee te kunnen draaien. Ik wil mijn collega graag helpen met de deadlineweek die gestart is, ik wil koffietjes buiten de deur halen, ik wil ’s avonds een wandeling maken met Raymond en ik wil dólgraag weer naar de sportschool voor een sportsessie, al is het maar voor een kwartiertje. Gewoon even wat minuten bewegen waarin mijn lichaam weer doet wat ik ervan vraag. Ik heb nog nooit na hoeven denken over het verdelen van mijn energie en over een indeling van mijn dag omdat ik ’s middags misschien te moe ben om iets te doen. Als je me dat drie weken geleden verteld had, had ik gezegd dat je je mond moest houden en dat dat aanstellerij is. Daar doen we niet aan. Maar waar mijn hoofd alweer, zoals gewoonlijk, een stap vooruit gaat, blijft mijn lichaam nog ergens steken en trapt het keihard op de rem.
Accepteren
Dat merkte ik maandag, toen ik even naar kantoor ging en een uur achter de laptop zat. Ik merkte dat mijn hoofd wazig werd en dat de letters op mijn scherm begonnen te dansen. Dat ik draaierig werd van iets wat vroeger niet eens inspanning was, vind ik een gekke gewaarwording. Ik zat létterlijk op een bureaustoel, meer niet, en toch voelde het alsof ik een marathon achter de rug had. Ik had daarna een interview en die wilde ik dolgraag zelf doen. Mijn collega vond het geen goed idee maar eigenwijs als ik ben, vertrok ik toch naar de Bosbaan voor een interview met een superleuk persoon die ik drie jaar geleden ook al eens sprak. Ik ben blij dat ik het opgenomen heb want halverwege merkte ik al dat ik aan het uittunen was. We hebben daarna nog wat foto’s gemaakt en helemaal leeg liep ik naar de auto. Enerzijds heel fijn dat ik me even nuttig kon maken; anderzijds schrok ik er wel een beetje van hoe slecht mijn lichaam aanvoelde. Thuis kon ik niets meer dan op de bank ploffen. Dinsdag was hetzelfde: ik ging even twee uur naar kantoor om het interview van maandag uit te werken, maar de letters dansten voor mijn ogen en ik heb mijn werkzaamheden moeten staken. ’s Middags heb ik op karakter het interview af gemaakt, maar ik heb nog nooit zo lang over een verhaal gedaan.
Vertrouwen
Ik moet vandaag weer naar de longarts en ik heb een hoop vragen, maar diep van binnen ben ik wel een beetje bang voor het antwoord dat gaat komen: dat ik dit moet accepteren, geduld moet hebben en rustig aan moet doen. Dat het herstel tijd nodig heeft. En ik ben toch ook wel bang dat die waardes zo blijven schommelen en dat ik me daarom zo voel. Dat vertrouwen in mijn lijf is echt een beetje weg. Maar het lijf zal ook even geen vertrouwen meer hebben in mij, op dit moment. Gelukkig is het bijna vakantie, zodat ik me echt helemaal kan overgeven aan de rust. Dat lukt op de camping op een stoel voor de caravan toch beter dan thuis met een deadline in de agenda.
Tot voor kort wist ik niet dat ik een grens had. Of misschien wel, maar wilde ik er niks van weten. Ik had hem ergens diep weggestopt achter doorzettingsvermogen, discipline en wilskracht. Dat was altijd mijn excuus. Maar de grens blijkt bij mij toch ook te bestaan. En blijkbaar heeft mijn lichaam hem eerder gevonden dan ik.