Vorige week had ik voor mijn werk een interview met een topsporter en zijn dochter en allebei zeiden ze iets wat sindsdien niet meer uit mijn hoofd gaat: ‘Een slechte dag bestaat niet. Dat noemen we een leerdag.’ Op het eerste gezicht klinkt het als een krachtig motto. Ik wilde het ook direct opschrijven en het mijn lijfspreuk maken. ‘Wow, wat inspirerend’, dacht ik steeds tijdens het gesprek. Het belooft namelijk dat alles wat je doet zin heeft.
Frustratie
Doorzettingsvermogen, discipline, hard werken, continu aanstaan: het zijn woorden die ik normaal gesproken alleen maar kan toejuichen. Woorden die passen bij ambitie, bij doelen, bij dromen najagen. Woorden waar ik mezelf jarenlang mee heb gevoed. Want hé, elke dag een beetje beter worden is toch tof? Wat ging er niet goed vandaag? Dan doen we dat morgen anders! Dat is zelfs waar de welbekende 6/7 (deed ik dit echt?) minute journals mee afsluiten: ‘wat kan ik morgen beter doen?’ Een dagboek dat ik trouwens na een paar weken de prullenbak in heb gemieterd omdat ik die zelfreflectie helemaal zat was, maar dat even terzijde.
Die zin bleef hangen. Eerst inspireerde hij me, maar naarmate de dagen voorbijgingen begon hij te wringen en raakte ik er zelfs een beetje gefrustreerd door. Misschien wel omdat het zachtjes tegen iets in mij aanduwde wat al een tijdje gevoelig ligt. ‘Elke dag een beetje beter.’ Het is een mooi streven dat beweging en vooruitgang suggereert, zegt dat je niet stilstaat en dat je sterker, slimmer en wijzer wordt. Het is het soort mantra dat je op een tegeltje zou kunnen zetten en waar niemand bezwaar tegen zou hebben. Want wie wil er nou niet elke dag een beetje beter worden?
Wanneer is het genoeg?
En toch schuurt het ergens. Want wanneer is het dan genoeg? Wanneer mag een dag gewoon goed zijn zoals hij is, zonder dat er direct een verbeterplan achteraan komt? Wanneer mag iets afgerond voelen, zonder dat mijn hoofd alweer verder kijkt naar wat ik de volgende keer beter kan doen? Mag dat alleen als het een goede dag is? Ik herken mezelf pijnlijk goed in dat streven naar beter. Niet omdat iemand anders dat van me vraagt, maar omdat ik het mezelf opleg. Mijn hoofd is zelden tevreden met ‘dit was oké’. Er is altijd een laag eronder die analyseert, evalueert, bijstelt. Die altijd beter, meer, groter wil. Wat had ik anders kunnen doen? Waar had ik scherper moeten zijn? Waarom reageerde ik zo? Had ik niet rustiger kunnen blijven? Productiever? Attenter? Zachter? En zo wordt zelfs een normale dag al snel een meetmoment, een beoordelingslijst die ik zelf aanhoud. Bestempeld als slechte dag. Als leerdag dus. Ik hoorde op televisie bij Expeditie Robinson een uitspraak van Tobias Camman. Zijn televisiemoment raakte me echt en dié zin heb ik wel opgeschreven: ‘Ik ben nooit trots op mezelf. Tevreden zijn is het hoogst haalbare.’
Te persoonlijk
Misschien is dat waarom die andere zin al de hele week sluimert. Want als ik eerlijk ben, ervaar ik slechte dagen vaak niet als neutraal, maar als bewijs. Bewijs dat ik iets nog niet onder controle heb, dat ik nog niet ver genoeg ben, dat ik blijkbaar nog steeds moet werken aan iets wat ik op deze leeftijd toch wel eens uitgezocht zou moeten hebben. Ik leg de lat hoog voor mezelf en voel al snel dat ik tekortschiet. Maar misschien vat ik de zin daarom wel te persoonlijk op en is dat het hele probleem. Omdat ik er momenteel niet zo lekker in zit en inderdaad niet zo’n leuke versie van mezelf ben. Dat veel dagen slecht zijn en ik het misschien ook te veel zie als ‘morgen moet het beter’. Misschien zie ik het te veel als een aanval omdat het zo persoonlijk raakt en ik ook streef naar die beste versie, elke dag weer. Omdat ik zo’n slechte dag soms even niet kan omturnen tot iets positiefs. Dan word ik boos op mezelf omdat ik nog steeds niet ben waar ik wil zijn en klaar ben met deze slechte versie van mezelf. Ik weet even niet hoe ik het morgen beter moet doen, zonder de druk op te voeren. ‘Ik weet niet waar ik naartoe moet, naartoe wil, naartoe werk en hoe ik er moet komen!’ schreeuwde ik laatst. Dus fuck you met die hele leerdag.
Beweging
Maar wat als een leerdag voor mij iets anders is? Dat het niet betekent dat ik iets moet verbeteren? Wat als het gewoon betekent dat er iets is wat nog in beweging is, dat nog geen conclusie heeft, dat nog mag bestaan zonder dat ik er direct iets mee moet? Misschien zit het verschil in de lading die ik eraan geef. ‘Beter worden’ klinkt in mijn hoofd als een opdracht, terwijl ‘leren’ zachter klinkt. Maar zelfs dat weet ik soms nog te veranderen in een prestatie: heb ik er wel genoeg uit gehaald vandaag? Heb ik het verwerkt? Heb ik het omgezet in groei? Zelfs mijn reflectie wil resultaat opleveren. En misschien is dat precies waar het wringt: ik bewonder ontwikkeling, maar rust is ingewikkeld. Ik bewonder groei, maar tevredenheid kan ik nauwelijks verdragen. Ik bewonder een dag waarop ik mijn hele takenlijst heb kunnen afvinken terwijl het voelt alsof ik faal als het eens niet lukt, simpelweg omdat ik tijd voor mezelf heb genomen.
Ik vind diep vanbinnen dat de versie van vandaag slechts een concept is, een ruwe versie die nog bijgeschaafd moet worden voordat hij goed genoeg is. Dat er ergens een eindversie van mezelf is. Maar note to self: je hoeft nog steeds nergens naartoe. Ik verlang naar het tegenovergestelde en ben zoekende. Naar dagen die niet gemeten hoeven te worden. Naar momenten die niet geoptimaliseerd hoeven te worden. Naar een gevoel van goed genoeg zijn dat niet direct wordt gevolgd door ‘maar morgen kan het beter’. Naar echt leven in het nu en gewoon zijn. Dus nee, ik heb even geen antwoord op de vraag hoe ik het morgen beter kan doen, lief (schijt)dagboek. Eerst vandaag maar eens doorkomen.
Uitnodiging
Misschien is een leerdag niet bedoeld voor mij als opstapje naar verbetering, maar als uitnodiging tot mildheid, een herinnering dat ik mens ben en dat ik mag struikelen, op mijn bek mag gaan, mag twijfelen, te veel of te weinig mag voelen, zonder dat daar meteen een plan van verbetering achteraan hoeft te komen. Misschien is de grootste leerdag voor mij niet de dag waarop ik ontdek hoe ik het morgen beter kan doen, maar de dag waarop ik leer dat vandaag ook mag bestaan zoals hij is, met alles wat lukte en alles wat niet lukte, met discipline, twijfel, ambitie, zorgen, een hoofd vol, een onafgemaakte takenlijst, angsten, blijheid én vermoeidheid. Misschien zit de echte groei niet in het steeds een beetje beter worden, maar in het langzaam leren verdragen dat ik niet af hoef te zijn, dat ik mag zijn zoals ik ben, zelfs als dat vandaag nog een beetje rommelig voelt. Misschien is dat precies hoe een echte leerdag voelt. Niet dat je jezelf de volgende dag moet verbeteren, maar dat je oké bent met hoe het vandaag ging. Of het nu een goede dag of een slechte dag was. Dus eigenlijk is elke dag een leerdag, als je het zo bekijkt. Daar hoeven dagen niet slecht voor te zijn.
Gouden medaille
Mijn vriendin Eliza heeft ook een motto. Ook weer zo’n zin die continu blijft hangen en die ik haar jaren geleden cadeau heb gedaan op een armband in plaats van een zoetsappig tegeltje: be yourself, but be that perfectly. Het gaat erom dat je jezelf mag zijn, binnen je eigen grenzen, met aandacht en trots, zonder excuses. Voor degene die ik interviewde, een topsporter, is een leerdag dat hij vandaag reflecteert en morgen een betere versie is om die vierde gouden medaille tijdens zijn vierde Olympische Spelen te halen. Voor mij voelt een leerdag misschien iets anders: dat een slechte dag er mag zijn, dat ik mag accepteren hoe het vandaag ging, zonder dat ik morgen alweer een betere versie hoef te zijn. Dat ik vandaag mag bestaan zoals het is, met alles wat lukte en alles wat niet lukte en dat dat al genoeg kan zijn. Ook als ik een beetje lost ben. En hé, misschien is dat ook al een heel mooi begin. Die gouden medaille hoef ik toch niet binnen te slepen. Ik hoef alleen maar te accepteren dat myself al perfectly genoeg is. Alhoewel dat wel voelt als een topprestatie op dit moment.
Was zijn uitspraak toch nog ergens heel inspirerend.