Soms blijft er na een gesprek iets hangen waar ik zo nu en dan nog even aan terug denk, omdat ze nét dat ene dingetje in mij raken waar ik zo mee bezig ben de afgelopen tijd. De afgelopen maanden heb ik daar vaker last van, omdat ik me ontzettend bewust ben van mijn patronen en gedachten. Waar ik normaal altijd gewoon een interview deed, deze uitwerkte en weer verder ging met een volgende, spreek ik nu opeens mensen die dingen zeggen waar ik zelf ook nog eens op persoonlijk vlak iets aan heb. Zo schreef ik al eens over leerdagen, over het feit dat ik nergens naartoe hoef en zo zijn er nog veel meer voorbeelden waar ik niet digitaal over heb geschreven, maar die ik wel voor mezelf heb verwerkt. Zinnen die tijdens een gesprek ontstaan en waarvan ik direct weet dat ik daar iets mee moet. Waar ik weer uren over kan nadenken. En geloof me, dat komt vrij regelmatig voor, haha.
Rugzak
Afgelopen tijd gebeurde dat weer. Twee keer, bij twee totaal verschillende gesprekken, die allebei op hun eigen manier iets raakten. Bij het interview met Erik Scherder ging het op een gegeven moment niet meer alleen over zijn werk, maar kwamen we op een persoonlijk onderwerp uit, over hoe bagage je kan remmen of juist kan motiveren. Het idee dat alles wat je meemaakt in je rugzak verdwijnt en dat je hele leven met je meezeult. Het is niet iets wat je kwijtraakt of achter je laat, maar het stapelt zich op en kan daardoor verschuiven. Niet alles blijft op dezelfde plek zitten in je hoofd, zei hij, maar nieuwe ervaringen kunnen oude dingen soms een andere positie geven. Niet weg, maar wel anders ingebed. Nare ervaringen zullen dus altijd in je systeem blijven zitten, maar door verder te gaan met je leven, mooie herinneringen te verzamelen en ervaringen op te doen, is het wel mogelijk om boven al die troep in je rugzak meer positiviteit te stapelen, om op die manier hopelijk alles een beetje lichter maken.
Shitzooi
En dat bleef ergens hangen omdat het zo herkenbaar is zonder dat je er altijd bewust bij stilstaat. Zeker als ik terugkijk op de afgelopen tijd, waarin gezondheid, onzekerheid en zwaarte toch meer aanwezig waren dan ik soms zou willen, voelt dat ook precies zo. Je neemt dingen mee, of je dat nou wil of niet. Dat zit niet in één moment, maar in de optelsom ervan. Het was niet alleen het ziekenhuis, maar het was alles dat daardoor getriggerd werd. Alles dat volledig loskwam op het moment dat ik de controle moest loslaten. Een mentale blokkade, werd het genoemd. Ik noemde het vooral ‘shitzooi’. En laat shitzooi nou net een thema zijn in mijn leven waar ik niet zo goed mee kan omgaan, als één van de grootste pessimisten op aarde.
Halfleeg
Maar daar bleef het niet bij. Deze week had ik een gesprek met iemand anders, over hoe ik naar het leven kijk. Er werd me met oprechte aandacht gevraagd hoe het gaat met me en hoe het is gegaan de afgelopen weken. Na mijn antwoord gaf ik nog eens aan dat ik het bijzonder vind, dat hij zo’n relaxte en positieve kijk op het leven heeft. Dat is voor mij zó niet vanzelfsprekend. Zijn antwoord: ‘bij jou is het glas altijd halfleeg. Bij mij is het glas halfvol. Maar je moet onthouden dat er bij ons allebei evenveel in zit.’
En ja, dat sloeg de spijker natuurlijk hartstikke op z’n kop. Dat weet ik ook van mezelf. Mijn eerste reflex is niet dat dingen goed gaan of dat het allemaal wel meevalt, maar eerder dat ik al bezig ben met wat er fout kan gaan of wat er mis kan lopen. Alsof mijn hoofd automatisch alvast een paar stappen vooruit zet, niet om het mooier te maken, maar om voorbereid te zijn. Dat zie ik terug in kleine dingen, maar ook in grotere. In hoe ik reageer op spanning, op bloeduitslagen, op situaties waarin ik even geen controle heb. Als iets goed gaat is dat fijn, maar er zit vaak nog een laag bovenop van ‘wat als het straks toch anders is’ of ‘laat het alsjeblieft zo blijven’. En als er iets niet goed gaat, dan blijft dat vaak hangen en kan het veel meer gewicht krijgen dan misschien rationeel logisch is voor de rest van de dag.
Veilig
Alleen zit daar ook iets dubbels in, want het geeft op een bepaalde manier veiligheid om zo te denken, alsof je alvast rekening houdt met alles wat mis zou kunnen gaan. Alleen is de prijs daarvan dat je óók minder ruimte hebt om iets echt licht te ervaren. Want zelfs als het goed gaat, staat er al een soort waakstand aan: wat als het straks toch nog misgaat? Het is niet alleen mijn manier van denken, maar ook een vorm van veiligheid geworden. Een manier om grip te houden door vooraf al scenario’s door te lopen, alsof mijn hoofd liever controle simuleert door het ergste alvast te verwachten, dan het risico te lopen dat iets onverwacht binnenkomt. Dat komt niet zozeer voort uit negativiteit denk ik, maar uit een soort waakzaamheid van mijn brein om rust te creëren door alles alvast te willen dichttimmeren. Alleen werkt dat op de lange termijn dus niet zo, omdat het me niet ontspant maar juist extra bezig houdt. Omdat ik alles analyseer, put dat me ontiegelijk uit. Zal je niks verbazen, als je het einde van dit stuk haalt. Dit alles hangt natuurlijk weer samen met mijn onzekerheid. De behoefte om teleurstelling voor te zijn en reacties van anderen, die vaak helemaal niet komen, al in mijn hoofd te neutraliseren voordat iemand überhaupt iets kan zeggen. Op deze manier voelt het veilig. Daar heb je dat woord weer.
6 gooien
Ik gaf als voorbeeld dat ik op mijn werk altijd bang ben dat het fout gaat. Uiteraard gaf ik het voorbeeld van het interview met Erik Scherder. Over hoe ik het mezelf zo ontzettend moeilijk maakte, terwijl ik achteraf alleen maar lovende woorden ontving. Toen ik vertelde over het interview en de spanning eromheen zei hij: ‘wat was het ergste dat er kon gebeuren? Dat hij het niet goed zou vinden en het opnieuw moest? Dan doe je het opnieuw.’ En ja, ik weet dat. Ik weet dat het daarna gewoon opnieuw kan en dan misschien wel goed is. Ik raak mijn baan niet kwijt, het is helemaal oké om niet gelijk een 6 te gooien. Maar het lijkt voor mij onmogelijk om dit uit te zetten. Ik ken mezelf ook langer dan vandaag: het is fijn dat hij zo enthousiast was, maar de volgende keer ervaar ik niet zoveel spanning en ben ik net zo bang dat ik het helemaal verpest.
Lichter
Wat ik ergens interessant vond aan deze twee gesprekken, is dat ze eigenlijk over iets anders gingen, maar samen wel een soort zelfde onderlaag raken en wel twee grote thema’s in mijn leven raken op dit moment. Bij Scherder ging het over bagage, over wat je meedraagt en hoe dat zich vormt door wat je meemaakt. Bij dat andere gesprek ging het over hoe je kijkt naar wat er in dat leven zit, naar dat glas zelf. En als ik dat naast elkaar leg, zie ik ook wel hoe die twee dingen elkaar beïnvloeden. Wat je meemaakt wordt bagage, maar hoe je daarna kijkt, bepaalt misschien wel hoe zwaar of licht dat glas voelt en hoe je er voor de rest mee omgaat. Positieve mensen zullen die bagage echt wel beter met zich meedragen en als je glas halfvol is, zullen de dagen ongetwijfeld relaxter en ietsje lichter voelen. Hoe zwaar die tas dan op dat moment ook is. Wat een verademing lijkt me dat.
Voorzichtigheid
De afgelopen jaren hebben bij mij zeker bijgedragen aan die bagage. Vooral in de zin dat je leert dat dingen niet altijd stabiel of vanzelfsprekend zijn. Dat gezondheid iets is waar je rekening mee leert houden, dat controle iets is waar je je aan vast kunt klampen en dat onzekerheid niet altijd tijdelijk voelt op het moment zelf. En als dat eenmaal onderdeel van je systeem wordt, dan verandert dat ook hoe je naar dingen kijkt en wordt voorzichtigheid soms een gewoonte. Negativiteit is dan misschien niet eens echt negativiteit, maar eerder een manier om grip te houden. Toch weer die veiligheid en controle, dé grootste thema’s in mijn leven.
Mijn glas voelt altijd halfleeg. Dat was het vroeger al. Ik ging uit van slechte cijfers, ik ga nu uit van slechte bloedwaardes. Ik hou er rekening mee dat een artikel niet goed is en ik ben bang voor een reactie van anderen als ik me uitspreek. Ik ben altijd bang dat mensen boos op me zijn en dat ik dingen fout doe. Als het dan wél eens meezit, dan voelt het zéker een opluchting. Maar dan ben ik wel voorbereid op het ergste en valt het ergste uiteindelijk wel mee.
Doodvermoeiend
Het is doodvermoeiend dat mijn hoofd automatisch eerst kijkt naar wat er nog mis kan gaan in plaats van wat er al goed is. En dat is niet iets wat je zomaar even uitzet, want het heeft zich opgebouwd door tijd, door ervaring en door dingen die ik heb meegemaakt. Het wordt jammer genoeg bij mij niet overruled door positieve ervaringen. Want bloedwaardes die nu redelijk stabiel zijn, hoeven dat volgende week niet te zijn. En een keer positieve feedback van iemand die ik hoog heb zitten, betekent niet dat het de volgende keer ietsje beter gaat qua onzekerheid. Mijn collega die me elke keer weer veren in mijn kont steekt, halen me helaas niet uit die negatieve bubbel. Resultaten uit het verleden bieden geen garanties in de toekomst lijkt wat dat betreft wel mijn levensmotto te worden.
Zelfkritiek
Alleen blijft dan wel de vraag hangen hoe ik ermee moet dealen zonder dat de zwaarte me gaat overnemen. Want bagage blijft, dat is wat Scherder ook zei. Je raakt het niet kwijt, maar het kan wel van plek veranderen door wat je daarna nog meemaakt. Door nieuwe ervaringen, nieuwe dagen, nieuwe momenten die er langzaam overheen komen te liggen zonder dat het oude verdwijnt. Met het glas werkt het precies hetzelfde. Niet dat het ineens een ander glas wordt of dat ik op een dag wakker word als een super positief persoon die automatisch uitgaat van het goede (zo, wat een verademing zou dat zijn). Maar misschien wel dat er af en toe iets bij komt waardoor het net iets minder zwaar voelt dan het daarvoor deed. Een klein beetje verschuiving. Ergens. In hoe ik naar dingen kijk, in hoe ik een dag begin en soms ook in hoe ik hem af kan sluiten. Met iets meer zelfcompassie in plaats van zelfkritiek. ‘Iedereen is wel eens boos op zichzelf, maar zo boos en negatief als jij, ken ik ze niet’, hoorde ik tijdens hetzelfde glas-gesprek. Weer een zin om over na te denken en over te schrijven.