Laatst stuurde iemand me Is dit nu later? van Stef Bos, als reactie op een vorig artikel. Ik kende het nummer wel, maar had het al jaren niet meer gehoord. Nu ik in deze fase van mijn leven zit en het lied na zo’n lange tijd weer eens luisterde, merkte ik hoe het onder mijn huid kroop. Vrij direct ook. ‘Is dit nu later, als ik groot ben?’ Het voelde een beetje als een spiegel waar je niet helemaal omheen kunt, eentje die je dwingt om te erkennen dat later ineens gewoon hier is, voor je neus, zonder dat je er echt bij stil hebt gestaan dat dat moment ooit zou aanbreken. En ja, dit is dus later. Dit is dat moment dat je vroeger als kind een beetje lachend associeerde met volwassen zijn: overzicht, zekerheid, een soort rust, iemand die het allemaal wel weet.
Op papier
Als ik eerlijk ben klopt het plaatje op papier ook gewoon. Ik heb alles afgevinkt waar ik vroeger van droomde. Een fijne relatie, samenwonen, kinderen, trouwen, een leuke baan, een mooi huis, opleidingen afgerond, boeken geschreven. Check, check, dubbel check. Dingen die al jaren ergens op mijn lijstje stonden en waar ik als klein meisje al een beeld bij had. Bucketlist-materiaal. Als je het zo opsomt klinkt het bijna irritant compleet en misschien zelfs een beetje jaloersmakend voor sommigen. Ik weet dat veel mensen dromen van een boek schrijven. Van een mooi gezin. Van een leuke, passende baan. En toch voelt het soms alsof ik op een loopband sta die net iets te snel staat ingesteld voor het tempo dat ik eigenlijk wil rennen: alles is er, alles klopt en toch blijf ik in mijn hoofd maar doorgaan, alsof ik ergens achteraan zit zonder precies te weten wat dat dan is. Het is een vreemd soort druk, want het komt niet van buitenaf. Er zijn geen deadlines, geen grote doelen die per se gehaald moeten worden, maar ergens in mijn hoofd zit een stemmetje dat zegt dat er nog iets moet, dat ik misschien iets over het hoofd zie. Alsof er ergens nog een vergeten tentamen ligt dat ik moet halen, of een deadline die ik compleet gemist heb en die ieder moment ineens weer op kan duiken. Terwijl dat helemaal niet zo is. Eigenlijk hoef ik nu gewoon mijn dagelijkse dingen te doen en het een beetje leuk te houden voor mezelf.
Nieuwe doelen
Via Instagram vroeg iemand me of ik op dit moment nog ergens mee bezig ben. En iemand anders vroeg of ik workwise of persoonlijk nog doelen voor mezelf heb. Ik moest er even over nadenken, maar het eerlijke antwoord was eigenlijk vrij simpel: nee. He-le-maal niks. Geen studie in het vooruitzicht, geen boekcontract, geen nieuwe baan, geen nieuwe freelance opdrachten, geen zwangerschappen, geen bruiloft, geen grote reizen die uitgezocht moeten worden, geen grote plannen die ergens op de plank liggen. En hoe fijn dat misschien ook klinkt, het voelt tegelijkertijd ook een beetje onwennig. Hoe rustiger ik het krijg, hoe harder die stem begint te schreeuwen.
Ik wil dolgraag meer met fotografie doen en die camera van mij nog beter onder de knie krijgen, maar ik heb er simpelweg de energie niet voor. En ook al sluimert het op de achtergrond; ik moet ook gewoon accepteren dat het niet altijd direct hoeft en dat ik dit jaar mag gebruiken om een beetje op adem te komen. Tijd voor mezelf, rustig aan doen, wandelen, sporten, focus op gezonde voeding en mijn algehele gezondheid, rust proberen te brengen in mijn werk en de balans met mijn privé, en gewoon mezelf op de rit krijgen en houden. Ik zeg wel ‘gewoon’, maar dat is misschien wel het grootste project dat ik ooit heb aangegrepen. Dát is pas keihard werken. Op mijn verjaardag zat ik in mijn eentje op het terras en besloot ik ook: dit jaar raap ik mezelf bij elkaar en word ik de beste versie van mezelf. Of anders gezegd: de meest (mentaal en fysiek) gezonde en rustige versie van mezelf. Wat dat dan ook mag zijn, zonder de druk al te veel op te voeren. En even mijn medisch dossier buiten beschouwing gelaten.
Belangrijk om erbij te zeggen: dit gaat niet over mijn relatie, mijn kinderen of mijn werk. Aan hen twijfel ik niet en daar is ook niets dat anders moet. Raymond is mijn grote liefde, mijn kinderen zijn heerlijk en mijn werk geeft me voldoening en loopt eigenlijk gewoon goed. Alles wat er echt toe doet staat stevig. Maar ik? Ik ben degene die zichzelf blijft uitdagen, zichzelf blijft vergelijken en beoordelen, zonder dat er iemand anders is die dat van me vraagt. Het is alsof ik ergens geprogrammeerd ben om altijd vooruit te willen, altijd iets om handen te willen hebben, zelfs als er eigenlijk helemaal niets te winnen valt. En dan wijs ik toch weer terug naar de zin hierboven: alles wat er echt toe doet staat stevig. Behalve ik. Terwijl dat juist het belangrijkste moet zijn. Iets met hardnekkige patronen.
Ambitieus
Ik heb altijd gezegd dat ik niet echt ambitieus ben, dat ik gewoon iets wil doen wat ik leuk vind, zonder een strak carrièreplan of een vijfjarenstrategie. En toch blijkt het lastig om niet te vergelijken, niet te streven en niet het gevoel te hebben dat er misschien nog iets ontbreekt. De grote levensdingen heb ik inmiddels afgevinkt, maar de interne bevestiging die daarbij zou moeten horen, die rust waar je dan misschien op hoopt, die blijft uit. Ik voel me gehaast terwijl er eigenlijk niks op me wacht. Alsof ik zo gewend ben geraakt aan druk, aan doelen en aan ergens naartoe werken, dat het ongemakkelijk voelt als die er even niet zijn. Hoezo hoef ik alleen maar te leven? Hoe werkt dat eigenlijk?
Lege agenda’s vs altijd op pad
Ik merk het ook in kleine dingen. Een lege agenda maakt me onrustig, alsof ik iets mis, terwijl een overvolle agenda me ook weer volledig opslokt. In het weekend wil ik vaak op pad, iets doen, ergens heen, iets beleven, omdat het anders voelt alsof ik het weekend niet goed benut. Thuis blijven hangen voelt soms bijna als een gemiste kans, terwijl Raymond en de kinderen daar totaal anders in staan. Die kunnen prima een dag thuis rommelen, een beetje hangen op de bank of gewoon hun eigen ding doen zonder dat daar een plan achter zit. Op adem komen omdat er even niet gevoetbald, gebasketbald en gecoacht hoeft te worden. En dan zie ik dat verschil ineens heel duidelijk: hun gemak tegenover mijn voortdurende drang om dingen te vullen, te plannen, iets te beleven. Terwijl ik ook weet dat ik juist blij word van eropuit gaan. Ik heb dan ook afgelopen jaar vaak de vraag gekregen of ik van mezelf en mijn gedachten wil vluchten door altijd maar op pad te willen, maar dat is ook weer niet waar. Ik geniet van een lunch buiten de deur, een spontaan uitje of ergens heen rijden zonder plan. En misschien is het ook wel zo dat ik dat soms nodig heb om daarna weer even rust te voelen. Want daarna lukt het me wel om een uur op mijn kont te zitten en een boek te lezen.
Comfortabel
Soms vraag ik me wel eens af of dit dan die beruchte midlifecrisis is waar we vroeger altijd een beetje lacherig over deden. Geen cabrio’s, geen motoren, geen plotselinge behoefte aan radicaal ander haar. Maar iets subtielers. Je zit op een comfortabel moment in je leven, alles loopt, alles staat en ondertussen zijn je hersenen jarenlang gewend geweest aan doelen, plannen en deadlines. En nu moeten ze zichzelf ineens een beetje bezighouden. Het is ergens ironisch, een beetje frustrerend en ook wel grappig tegelijk: ik heb alles wat ik ooit wilde en toch voelt het alsof ik nog steeds ergens naar op zoek ben. Alleen weet ik niet precies waarnaar. De onrust nu is erger dan het ooit geweest is met welke deadline dan ook in het vooruitzicht. Het is ook gewoon echt waar; als je mentaal een dieptepunt hebt bereikt, komt er nog veel meer shit naar de oppervlakte drijven waar je mee aan de slag moet. Elke laag verder kan ik alleen maar roepen: ‘dit óók nog?!’ Ach, het zal vast ergens goed voor zijn geweest als ik wel over een tijdje die meest gezonde versie van mezelf kan aankijken in de spiegel.
Uitdaging
Misschien is dat wel de uitdaging van deze fase. Leren leven met dat gevoel zonder dat er meteen een nieuw doel tegenover hoeft te staan. Leren waarderen dat de grote dingen er al zijn en dat geluk vaak zit in hele kleine momenten. Een avondwandeling met Raymond, koffie to go in de zon, spontaan afspreken met een vriendin, een boek lezen op de bank terwijl de kinderen lachen om hun eigen flauwe grappen. Dat zijn geen dingen die je op LinkedIn zet en waar niemand echt applaus voor geeft, maar misschien zijn het juist wel de momenten die uiteindelijk het meeste betekenen. En misschien, heel misschien, wen ik er dan wel aan en verdwijnt de onrust vanzelf. Door gewoon te ervaren dat er niet altijd iets in het vooruitzicht hoeft te liggen.
Later
Dus ja, dit is later. Niet het dramatische beeld van volwassenheid dat ik vroeger voor me zag, maar een wat stillere en soms ook een beetje ongemakkelijke versie ervan. Waarin ik elke dag aan het leren ben dat mijn eigen waardering genoeg moet zijn en dat een dag waarin ik stilsta bij kleine blije momenten minstens zo waardevol is als een dag vol afgevinkte taken. En toch blijft het lastig, omdat ik mezelf dat vaak niet kan vertellen en nog altijd de goedkeuring van anderen nodig heb. Die externe bevestiging dat ik op de goede weg ben, omdat ik het zelf niet voel. Misschien is dat wel de volwassen versie van ambitie: niet harder rennen, niet hoger springen en niet steeds groter willen dromen, maar juist leren stilstaan, leren waarderen en accepteren dat het soms gewoon goed is zoals het is. Ook als dat af en toe een beetje onrustig voelt.