Deze week ontvang ik allemaal nieuwsbrieven met kortingscodes omdat ik volgende week jarig ben. €7,50 korting hier, 15 procent korting daar. Ik krijg enorm de behoefte om overal mijn mandje te vullen en mezelf helemaal ziek te kopen. Ga ik misschien nog wel doen. Maar ik ga ook een blog schrijven. Op mijn verjaardag alleen mijn fotodagboek (het is een maandag en ik hou vast aan rituelen); vandaag eens stilstaan bij de leeftijd die ik ga bereiken.
Maandag 9 maart ben ik jarig. En ik weet niet precies wanneer het is gebeurd, maar opeens verandert een verjaardag van ‘aftellen tot taart’ naar ‘oké, laten we even kijken hoe chaotisch mijn leven eigenlijk is’. Vroeger draaide het om slingers, cadeautjes, zo veel mogelijk kaarten ontvangen en wie er allemaal kwam. Nu draait het vooral om die constante paniekvraag: hoe oud word ik ook alweer? Word ik nu al 40 of pas volgend jaar? Alhoewel ik ook dol ben op cadeautjes en vooral op lieve kaartjes, trouwens.
Een leeftijd die nergens echt bij hoort
Rustig aan allemaal, ik word 39. Negenendertig. Een leeftijd die nergens echt bij hoort. Je bent geen dertiger meer die alles mag uitzoeken, maar nog net geen veertiger die zogenaamd alles op orde heeft. Een soort wachtkamerleeftijd. Een net-niet leeftijd. Alsof je alvast mag oefenen voor het grote veertig-moment, maar nog niet officieel mee hoeft te doen. Misschien wel heel passend voor nu. Even niet mee hoeven doen. Zou ik voor tekenen.
En toch doet het iets, dat getal. Niet dat ik in paniek schiet (oké, misschien een klein beetje) maar het is het ongemakkelijke besef dat mijn hoofd nog steeds vol zit. Vol twijfels, lijstjes, half-afgemaakte plannen, dingen die ik gisteren verkeerd zei en de dingen waarvan ik nog steeds niet snap hoe ik ze moet oplossen. Ik schaam me gewoon een beetje dat ik 39 word en het mezelf nog zo moeilijk maak.
De aanloop naar mijn verjaardag voelt daardoor als een soort vergadering met mezelf. Niet omdat iemand dat vraagt, maar omdat mijn brein denkt: ‘Hey, tijd voor een zelfkritiek-marathon. Doe maar een rondje paniek.’ Hoe gaat het? Ben ik waar ik dacht dat ik zou zijn? Doe ik wat ik wil? Had ik niet…? En voor ik het weet, zit ik in een eindeloos gesprek met mezelf waar niemand om heeft gevraagd. Iemand zei op Instagram: ‘Jeetje, wat lijkt me jouw hoofd vermoeiend.’ Welcome to my life.
Wijsheid in pacht
Als ik vroeger aan 39 dacht, zag ik een vrouw voor me die het allemaal wist. Rustig, kalm, overzichtelijk. Geen twijfel, geen gestress, gewoon… iemand die wist wat ze deed. Haha. Hahaha. Oké, lachen kan ik er inmiddels om, maar dat beeld is zo ver van mijn realiteit als een tompouce van een groene smoothie. Want ja, ik weet meer dan tien jaar geleden. Ik voel beter wat bij me past. Ik heb een fantastisch gezin en een leuke baan. Maar ondertussen kan ik nog steeds wakker liggen van een stom mailtje, een beslissing van gisteren of iets wat ik nét verkeerd heb gezegd. Blijkbaar komt er geen leeftijd waarop je denkt: ‘Zo, nu ben ik af. Nu heb ik alle wijsheid in pacht en gaat alles vanzelf.’
En eerlijk gezegd, misschien komt dat ook omdat ik mezelf totaal niet serieus moet nemen en niet overal zo zwaar aan moet tillen, maar dat doe ik natuurlijk wél. Mijn hoofd staat permanent in de overanalyse-modus. Er gaat geen moment voorbij dat ik niét aan het denken ben. Zelfs als ik niets doe, voelt het alsof ik fulltime een marathon loop. Terwijl ik ergens diep vanbinnen weet: dit is gewoon mijn eigen hoofd dat een beetje (veel) overuren draait, alsof ik binnenkort een medaille krijg voor meest dramatische zelfreflectie. Maar ja, die gouden medaille is toch echt nergens te bekennen. Laat me mediteren of zet me op een yogamat om naar binnen te keren, en ik kom er met een voller hoofd en volledig in paniek vanaf. De echte oplossing heb ik nog niet echt gevonden.
Forever onderweg
Misschien is 39 niet het jaar waarin alles op z’n plek valt, maar het jaar waarin ik eindelijk durf toe te geven aan mezelf dat dat ook helemaal niet hoeft. Dat het leven geen rechte lijn omhoog is, maar een wirwar van zijwegen, omwegen en rotondes waar ik op dit moment nét iets te lang op blijf hangen en er tureluurs van word. En dat dat niet betekent dat je verdwaald bent, maar dat je gewoon onderweg bent. Forever onderweg. Misschien moet ik dát op een tegeltje laten zetten. En beseffen dat ik geen gouden medaille nodig heb. Dat brons eigenlijk ook een dikke voldoende is. Of helemaal geen medaille. Want ik doe mee, en ik doe mijn best. Elke dag weer. En is dat niet het belangrijkste?
Werk in uitvoering
Dit jaar doe ik niet aan voornemens. Geen lijstjes van ‘voor mijn veertigste moet ik nog…’ (alhoewel dat natuurlijk wel weer een leuke blog oplevert). Geen nieuwe versie van mezelf die efficiënter, succesvoller of bewuster moet zijn (heb ik natuurlijk wel gedacht). Het lijkt me al ambitieus genoeg om een beetje oké te zijn met waar ik nu sta, want dat is op dit moment ook al een brug te ver. Misschien iets minder streng zijn voor mezelf (kansloos). Iets minder haast maken met groeien (hoe doe ik dat?). Een dagje rustiger ademhalen (ehm, hoe?). Werk in uitvoering, met hier en daar een los schroefje en een hoofd dat stiekem nog steeds in de paniekstand staat. Nog een berichtje dat ik kreeg van een bekende op Instagram: ‘ik heb er serieus nooit over nagedacht dat ik morgen een betere versie van mezelf zou kunnen zijn. Ik heb geloof ik maar één versie, soms heeft die een goede dag, en soms een kutdag.’ Wat een verademing als je hoofd zó werkt.
Volgende week ben ik jarig. En in plaats van groots te reflecteren op alles wat nog moet, wil ik misschien gewoon even stilstaan bij wat er al ís. Liefde. Gezin. Werk. Sport. Twijfel. Ambitie. Vermoeidheid. Gezondheidsproblemen. Geluk op onverwachte momenten. Een hoofd dat zichzelf veel te serieus neemt en het veel te moeilijk maakt, een hart dat stiekem meestal beter weet en een lijf dat af en toe zijn eigen ding doet. En iemand die daar tussen beweegt en geen idee heeft naar wat of wie ze nú weer moet luisteren. En dat ik daar best gewoon helemaal oké mee mag zijn, omdat dat nu eenmaal voor nu de realiteit is. We hebben geen morgen, gisteren is geweest en alleen dit moment telt. Je hoeft nergens naartoe! God, wat een wijsheden op deze woensdagochtend. Het klinkt zo simpel, maar waarom is het dan zo lastig?
Tompouce
Als ik iets mag wensen voor mijn negenendertigste, dan is het dit: dat ik mezelf niet steeds zie als een tussenversie. Niet als concept. Niet als ‘bijna daar’, niet als ‘morgen wordt het vast beter’. Maar als iemand die nu al mag bestaan, precies zoals ze is. Die een beetje lief is voor haarzelf. Met alles wat lukt en alles wat nog zoekende is. Die op dit moment continu op haar bek gaat, maar er alles aan doet om niet te blijven liggen. En ja, er moet ook taart zijn. Of liever nog, een tompouce. Want sommige dingen zijn heilig, ook op je bijna-veertigste. En misschien is het precies dát waar mijn hoofd zich eindelijk even niet druk over hoeft te maken. Maandag is tompouce-dag, en daarna zien we wel weer verder. Vandaag zien we wel verder. 39 zal vast niet heel anders voelen. Ik heb in ieder geval nog een paar dagen om aan het idee te wennen.
Hé, het is nog geen 40!