(~215 B)

Dingen die ik niét zo leuk vind aan mijn werk

Dingen die ik niét zo leuk vind aan mijn werk

Ik heb de afgelopen 3,5 jaar best vaak geschreven over wat ik leuk vind aan mijn werk. Over de interviews die me bijblijven, over de verhalen die ontstaan uit één opmerking, over hoe bijzonder het is dat we elke maand weer een magazine maken dat daadwerkelijk gedrukt wordt. Dat ik van A tot Z (AmstelveenZ) een heel magazine mag draaien, van inspiratie tot eindredactie. Wat ik nog nooit echt heb gedeeld, is wat ik er níét leuk aan vind. En laat ik dat vandaag eens doen. Niet omdat ik mijn werk zat ben – integendeel – maar omdat eerlijkheid ook betekent dat je het hele plaatje laat zien. En ik denk dat we allemaal wel aspecten in ons werk hebben die we minder leuk of simpel gezegd bloedirritant vinden.

In golven

Wat ik bijvoorbeeld lastig blijf vinden, is dat mijn werk in golven komt. De eerste twee weken van de maand zijn relatief rustig. Dan ben ik bezig met het nieuwe magazine opstarten, onderwerpen bedenken, afspraken maken, verhalen zoeken, een beetje lezen, een beetje scrollen, een beetje nadenken. Allemaal nodig, allemaal onderdeel van het proces. En toch kan ik daar na al die tijd nog steeds slecht van genieten. Rustige dagen maken me onrustig. Ik voel me al snel alsof ik iets over het hoofd zie, alsof ik productiever zou moeten zijn, alsof er ergens een verborgen to-do ligt te wachten die ik niet zie. Terwijl ik wéét dat juist in die weken de basis wordt gelegd voor alles wat daarna komt en het dus zeker niet nutteloos is.

En dan, in week drie en vier, als het tempo omhoogschiet en de deadline dichterbij kruipt, voel ik me ineens als een vis in het water. Dan heb ik altijd iets te doen, vliegen de dagen voorbij en denk ik: ja, dit is hoe ik blijkbaar functioneer. Totdat ik na twee weken knallen compleet leeg ben en besef dat ik zonder die rustige weken nergens was geweest. Ik wil rust, maar alleen als het druk is. Logisch is anders.

Introvert

Daar komt bij dat ik, hoe graag ik ook mensen spreek, toch echt introvert ben. Een interview doen vind ik fantastisch, maar het kost me energie. Het liefst plan ik een gesprek en geef ik mezelf daarna de ruimte om het meteen uit te werken, zodat ik in dezelfde flow kan blijven hangen. Dat lukt alleen niet altijd. Soms zitten mijn dagen ramvol afspraken en kom ik pas een week later toe aan het schrijven. Soms is dat goed, want dan heeft het gesprek kunnen bezinken. Maar soms voelt het als opstapeling. Als achterstallig werk dat in mijn hoofd blijft rond dwarrelen. Tegelijkertijd ga ik ook weer lekker op die energie als ik wél direct kan doorschrijven en alles in één keer kan afronden. Op drukke dagen waarop ik veel mensen spreek of als ik een intensief interview heb gehad, ben ik ook gewoon moeder als ik thuiskom. Gelijk moeder. Dat is soms wel lastig, en daarom zijn mijn sportmomenten na werk op maandag, woensdag en donderdag fijne momenten om even af te schalen. Het liefst ga ik gewoon elke dag, als een soort brug tussen werk en moederen, haha.

Oh, en bellen is nog steeds niet mijn favoriet. Ik doe het, want ‘bellen is sneller’ (wat een wijsheden de afgelopen weken), maar leuk is anders.

Schakelen

Wat misschien nog wel het meest energie kost, is het voortdurende schakelen. Omdat we met z’n tweeën zijn, kan ik me nooit volledig afsluiten. Terwijl ik midden in een alinea zit, check ik mijn mail. Terwijl ik een interview uitwerk, houd ik het nieuws in de gaten. Even snel een rondje langs de bekende websites, kijken of er iets speelt waar we iets mee moeten. De telefoon die gaat, een agenda die snel gecheckt moet worden omdat mijn collega een afspraak wil plannen. Het hoort erbij, zeker in een nieuwsomgeving, maar het betekent ook dat mijn hoofd continu moet schakelen. Ik zou soms het liefst drie uur ongestoord verdwijnen in een verhaal, koptelefoon op en typen tot het af is. In de praktijk zit er altijd iets tussen.

Last minutes

En dan zijn er nog de last minutes. Hier heb ik zelf echt de grootste hekel aan. Onze maand is grofweg overzichtelijk: twee weken opstarten, een week veel schrijven, een week deadline. Opmaken, corrigeren, goedkeuringen vragen, bijschaven, eindredactie. Ik zorg er altijd voor dat mijn teksten aan het begin van de deadlineweek af zijn, zodat ik met rust en overzicht de eindsprint in kan. Dat geeft me een gevoel van controle waar ik blijkbaar sterk aan gehecht ben. En dan kan het gebeuren dat er op woensdag of donderdag – terwijl we vrijdag naar de drukker gaan – nog iets binnenkomt dat echt mee moet. Nog een tekst, nog een foto, nog een goedkeuring die op zich laat wachten. Inhoudelijk is het vaak helemaal geen ramp, maar in mijn hoofd voelt het als verstoring van een zorgvuldig opgebouwd plan. Alsof iemand expres mijn interne planning uitdaagt. Ik kan daar zo geïrriteerd van raken, terwijl ik tegelijkertijd weet dat dit gewoon bij het vak hoort. We hebben een relatief lange aanlooptijd in tegenstelling tot een wekelijks magazine of een dagelijkse krant, maar er moet niemand met mijn planning gaan rotzooien, dan ben ik er snel klaar mee.

Klein team

Sinds het vertrek van onze collega begin vorig jaar doen we het met z’n tweeën. En laat ik vooropstellen: dat gaat vooralsnog prima. We hebben de taken helder verdeeld, kunnen eerlijk tegen elkaar zijn en ik heb ontzettend veel zeggenschap. Dat vind ik heerlijk. Ik kan ideeën uitvoeren, beslissingen nemen, tempo bepalen. Een drukke redactie met tien meningen zou ik waarschijnlijk ook weer vermoeiend vinden. Doe mij absoluut geen drukke kantoortuin zoals bij een grote uitgeverij. Ik kom echt helemaal tot rust op ons kantoor en soms gaan er dagen voorbij zonder dat ik amper iets hoef te zeggen. Dan zeggen we eind van de dag ook tegen elkaar: ‘was weer gezellig!’ Haha.

En toch mis ik soms een extra paar ogen. Iemand om even snel iets tegenaan te houden. Iemand die zegt: ‘Ik pak dit wel op.’ Of iemand die kritisch meekijkt voordat iets naar buiten gaat. Niet omdat het nu niet goed gaat, maar omdat het ruimte zou geven. Ruimte om eens een vrije dag te nemen zonder dat ik weet dat alles blijft liggen. Ruimte om iets los te laten in plaats van automatisch te denken: laat maar, ik doe het wel. Want dat is mijn valkuil. Ik pak snel iets over. Efficiënt, denk ik dan. Totdat ik merk dat ik eigenlijk te veel op mijn bord heb gelegd en vervolgens gefrustreerd raak dat ik niet alles tegelijk kan. Ik ben gewoon een harde werker, en mijn collega ook. We zijn van het aanpakken, het ’s avonds nog even doorpakken, een nieuwtje dat snel online moet om 21.00 uur, een afspraak die toch wordt gepland op een moment dat ik eigenlijk wilde sporten. Een wandeling die ik niet maak want ‘de dag gaat al zo snel’. Daar iemand bij vinden is lastig, maar we zijn druk op zoek. Want zoals we tegen elkaar zeggen: er komt een moment dat een van ons uit gaat vallen omdat het te veel is. En daar willen we voor waken.

Vol hoofd

Als ik dit zo opschrijf, zie ik vooral hoe vol mijn hoofd soms (ehm, altijd) zit. Hoe ik van rustige weken een probleem maak, van last minutes een persoonlijke aanval op mijn planning en van een overvolle dag een energieboost, om vervolgens uitgeteld op de bank te ploffen. Ik heb werk dat me veel voldoening geeft en de afgelopen drie jaar heb ik me ontzettend ontwikkeld. Ik ben heel gelukkig met wat ik doe. Maar voor een perfectionist, een controlfreak en mijn talent om me snel druk te maken om dingen, is het soms toch even stressvol.

Ik schrijf dit een dag voor de deadline, dus dat zal er vast mee te maken hebben. Ik had een last minute vandaag, ik was geïrriteerd omdat mijn collega iets niet heeft opgepakt wat ik hem wel vroeg, ik heb knallende koppijn, slechte bloedwaardes, een ziekenhuistelefoontje waar ik op wacht dat al drie dagen op mijn schouders drukt, ik moest ontiegelijk schakelen de hele dag en mensen bellen. Ik geloof dat deze introvert gewoon even naar bed moet. En dan kan ik aankomende woensdag weer lekker klagen over dat de week zo lang duurt, ik geen fuck te doen heb en we pas halverwege de week zijn. Nu al zin in.

Delen:
Secured By miniOrange