Afgelopen vrijdag kwam ik na een behoorlijk intensieve deadlineweek om 17.00 uur thuis. Het was een heftig weekje waarin niks liep zoals het zou moeten. We renden van de ene naar de andere afspraak, hadden veel lastminutewijzigingen, moesten schuiven, het aantal pagina’s ophogen en op de valreep kwam er vrijdagmiddag om 16.00 uur ook nog een advertentie binnen. Toen we uiteindelijk op akkoord hadden gedrukt en de tompouce naar binnen hadden geschoven, reed ik volledig afgedraaid naar huis. Ik parkeerde de auto voor onze deur en zag onze buurman op het bankje voor zijn huis zitten. Lekker in het zonnetje, kopje koffie erbij en verder helemaal niets. Geen telefoon, geen boek, geen muziek en voor zover ik kon zien ook geen enkele behoefte om iets anders te doen dan daar gewoon een beetje te zitten.
De buurman
Ik stapte uit de auto en raakte met hem aan de praat. We spraken even over hoe het ging en ondertussen keek ik vol bewondering naar hem. ‘Wat jij nu doet, kan ik dus echt niet. Midden op de dag op een bankje zitten in de zon, een beetje voor me uitstaren en helemaal niks doen.’ Ik zou werkelijk niet weten wat ik met mezelf aan moest. Waarschijnlijk zou ik na drie minuten mijn telefoon pakken, bedenken dat ik nog een was moest draaien of me ineens herinneren dat ik die ene mail nog moest beantwoorden. Sterker nog: tijdens ons gesprek schoot me iets te binnen voor mijn werk, wat ik daar ter plekke even in mijn notitie-app heb genoteerd.
Het grappige was dat ik het daar een paar uur eerder met mijn collega ook al over had gehad, vooral over mijn prestatiedrang en dingen niet los kunnen laten. Nadat we het magazine naar de drukker hadden gestuurd, vertelde ik hem dat ik ontzettend veel moeite heb om tot rust te komen. Dat ik eigenlijk altijd de druk voel om iets te ondernemen, ergens naartoe te gaan of op zijn minst het gevoel te hebben dat ik iets nuttigs doe. Zelfs wanneer ik besluit een dagje vrij te nemen, wil ik het liefst de deur uit. Even ergens een kop koffie drinken bijvoorbeeld. Dat beschouw ik dan als ontspanning. En natuurlijk is dat ook ontspannend, maar ondertussen ben ik nog steeds onderweg, krijg ik allerlei prikkels binnen en ben ik eigenlijk nog altijd bezig.
Mijn collega herkende dat wel. Hij vertelde dat hij vroeger ook altijd op pad wilde en echt heeft moeten leren om op een andere manier rust te nemen. Gewoon thuisblijven, zonder plannen. Dat betekent overigens niet dat je verplicht urenlang naar een witte muur moet staren. Je kunt prima een boek lezen of, zoals hij, lekker voetbal kijken of in de tuin werken. Het verschil is dat je thuis bent, zonder voortdurend ergens naartoe te hoeven. Iets wat hij steeds meer is gaan waarderen. En alsof het zo moest zijn, zat een paar uur later mijn buurman daar met zijn kopje koffie precies te demonstreren waar we het die middag over hadden gehad. Al moet ik daar wel bij zeggen dat we hier over twee mannen zonder kinderen spreken. Met twee kinderen in huis is het toch een ander verhaal. Als ik thuiskom, begint meestal mijn tweede dienst en is rustig op een bankje gaan zitten niet altijd een optie. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik die rust waarschijnlijk ook niet zou pakken als ik de gelegenheid wél had.
Altijd iets moeten
Ik ben eigenlijk altijd bezig. Als ik niet aan het werk ben, dan is er thuis wel iets te doen. Het eten maken, even een kind helpen, opruimen, de vaatwasser legen of de was vouwen. En als er werkelijk niets meer op mijn lijstje staat, verzin ik doorgaans zelf wel iets. Zo kan ik een blog schrijven, administratie bijwerken, voor de verloskundigenpraktijken nog wat social posts creëren of de agenda’s bijwerken. Zelfs wanneer ik op de bank zit, ben ik vaak ondertussen met drie andere dingen bezig. Een serie kijken zonder mijn telefoon erbij te pakken is al een behoorlijke uitdaging. Als ik überhaupt al een serie kijk. Ik ben onlangs begonnen aan De Eetclub, maar verder dan aflevering drie ben ik in anderhalve week tijd nog niet gekomen.
Het stomme is dat ik dit zelf ook wel weet. Ik kan prima tegen iemand anders zeggen dat het helemaal niet erg is om een middag niets te doen en dat je niet voortdurend productief hoeft te zijn. Maar zodra het over mezelf gaat, gelden er kennelijk andere regels. Dat bleek gisteren ook weer, toen mijn collega me op tijd naar huis stuurde. ‘Ga lekker naar huis!’ Mijn reactie? ‘Wat moet ik thuis doen? Maandag is gewoon een werkdag.’ Ik ging uiteindelijk toch richting huis, maakte een stop bij de AH, eenmaal thuis ruimde ik de keuken op, ik zat precies 7 minuten op mijn kont en liep toen richting school om Maddox te halen. Tot zover een uurtje eerder naar huis gaan.
En dat terwijl ik best weet dat ik af en toe wat rustiger aan mag doen. Maar ik hou van volle dagen, volle weekenden en lekker op pad gaan. Ik word oprecht blij van een kop koffie buiten de deur, de sportwedstrijden van de jongens, een sportsessie voor mezelf en een agenda vol leuke afspraken. Aankomende zondag staat er, afgezien van reformer pilates, bijvoorbeeld nog niks op de planning. Dan denk ik nu alweer: wat gaan we ’s middags eens doen? Terwijl zaterdag Maddox moet voetballen en Skyler moet basketballen, Skylers toetsweek begint en Raymond het in oktober knetterdruk krijgt. Misschien zou een rustige zondag dus helemaal geen gek idee zijn.
Het probleem is dat ik nauwelijks meer kan stoppen, ook wanneer ik daar eigenlijk wel behoefte aan heb. Ik wil helemaal niet minder werken, minder sporten of minder leuke dingen ondernemen. Ik geniet juist van alles wat ik doe. Maar er is natuurlijk wel een verschil tussen lekker veel ondernemen omdat je daar energie van krijgt en voortdurend bezig blijven omdat je de rust niet kunt toelaten. En ergens ben ik die twee dingen behoorlijk door elkaar gaan halen.
Ik vraag me af wanneer dat erin is geslopen. Als ik via Timehop weleens foto’s voorbij zie komen van jaren geleden, toen we nog in Amsterdam woonden, zie ik regelmatig foto’s vanaf de bank. Dat we een zondag alleen maar thuis waren, met een stapel magazines, een boek en de televisie aan. Ik kan me daar tegenwoordig nauwelijks nog een voorstelling bij maken. Wanneer is die behoefte om iets te ondernemen zo groot geworden dat ik nauwelijks meer kan genieten van een middag thuis? Misschien heeft het ook wel met de kinderen te maken. Ik geniet ervan om ze te zien sporten en ze om me heen te hebben, maar ik kom momenteel meer tot rust van een mini koffiedate buiten de deur met Raymond dan wanneer ik thuis op de bank tien keer gestoord word omdat iemand iets van me wil. Toch verklaart dat niet waarom ik ook op momenten dat ik helemaal niets hoef te doen, onmiddellijk iets nieuws probeer te verzinnen.
Rust nemen is iets anders dan rust ervaren
De afgelopen maanden ben ik door mijn gezondheid regelmatig gedwongen om rust te nemen. Je zou denken dat ik inmiddels behoorlijk bedreven ben geraakt in het nietsdoen, maar helaas. Hoewel mijn lichaam op sommige dagen werkelijk niets anders wilde dan liggen, bleef het in mijn hoofd gewoon doorgaan. Ik dacht aan alles wat ik niet kon doen, aan de dingen die bleven liggen en aan wat ik allemaal had kunnen ondernemen als ik me beter had gevoeld. Ik lag op de bank, maar ontspannen was wel het laatste wat ik deed. En nog steeds vind ik die overgave super klote. Zeker nu ik ook slecht slaap en regelmatig best wat extra rust kan gebruiken. Ik weet inmiddels dat ik mijn lichaam overdag gerust een rustmoment mag gunnen, ook wanneer ik niet kan slapen. Gewoon even horizontaal liggen, zonder iets te moeten. Maar waarom zou ik midden op de dag gaan liggen als ik toch niet slaap? Dan kan ik net zo goed iets nuttigs doen.
Het gesprek met mijn collega bleef me daarom ook bezighouden. Want hij heeft natuurlijk een punt. Er is een verschil tussen ontspanning zoeken door iets leuks te ondernemen en daadwerkelijk rust nemen. Een kop koffie buiten de deur kan heerlijk zijn, maar het betekent ook dat ik me aankleed, de deur uitga, onderweg ben, mensen tegenkom en ondertussen weer allerlei indrukken opdoe. Op zichzelf is daar helemaal niets mis mee, maar als ik eigenlijk behoefte heb aan een middag zonder al die prikkels, is het misschien niet altijd de verstandigste keuze. Ik heb namelijk genoeg tijd voor mezelf en weet die ook echt wel te pakken. Ik laat de jongens gerust alleen om een uurtje te sporten en zeg ook regelmatig: ‘Toedeloe, ik ben even wandelen.’ Maar die wandeling wordt al snel een behoorlijk rondje, tijdens dat kopje koffie ben ik ondertussen bezig met mijn telefoon en een sportsessie wordt al gauw een knaller van een work-out. Ik ben dan misschien even niet aan het werk, maar dat betekent niet automatisch dat ik mijn lichaam en hoofd ook daadwerkelijk rust geef.
Dat is iets wat ik echt moet gaan leren. Niet om minder te ondernemen of mijn agenda voortaan angstvallig leeg te houden, maar om ook eens thuis te kunnen blijven zonder dat ik onmiddellijk iets anders moet verzinnen. Om een boek te kunnen lezen op een dinsdagmiddag, zonder dat ik het gevoel heb dat ik mijn tijd aan het verspillen ben. Al vermoed ik dat ik eerst nog even moet ontdekken wat ik thuis eigenlijk allemaal leuk vind om te doen. Behalve lezen en naar concerten gaan dan, want dat laatste schijnt ook niet helemaal onder de categorie thuisblijven te vallen.
Een bankje in de zon
Sinds vrijdag moet ik af en toe aan dat bankje denken. Aan mijn buurman die daar zo tevreden zat en aan mezelf, die na een drukke deadlineweek werkelijk geen beter moment had kunnen uitkiezen om eens een voorbeeld aan hem te nemen. Ik stond aan iemand uit te leggen waarom ik niet in staat ben om gewoon even rustig in de zon te zitten, terwijl wij precies hetzelfde bankje voor ons huis hebben staan. Ook in de zon. Toch ging ik na ons gesprek naar binnen om alvast het avondeten voor te bereiden en nog even die notitie te verwerken die ik tijdens ons gesprek had gemaakt. Ik benijd hem er ergens wel om. Ik ben zo benieuwd hoe het voelt om even helemaal niets te hoeven, zonder dat onrustige gevoel. Ik zou willen leren dat een middag op de bank geen verloren middag is en dat ik niet eerst compleet uitgeput hoef te zijn voordat ik mezelf toestemming geef om uit te rusten.
‘Ik kán dit gewoon echt niet’, zei ik tegen hem. ‘Ik ben van nature al heel relaxt, maar ik gun mezelf dit ook gewoon’, was zijn antwoord. Ik weet nog niet hoe je dat dan moet leren. Ik vind dat een stuk ingewikkelder dan een extra rondje wandelen, extra sporten of nog even snel wat werk afronden. Misschien moet ik binnenkort maar eens bij mijn buurman aanschuiven voor wat tips, als hij daar weer zit.