Het concept vakantie vind ik eigenlijk best ingewikkeld. Vooral korte vakanties lijken toch niet zo aan mijn besteed, hoe ondankbaar dat ook klinkt. Afgelopen week waren we een paar dagen in Kaatsheuvel op een vakantiepark en als je mijn fotodagboek hebt gezien, weet je dat we het heerlijk hebben gehad. Prachtig weer, veel buiten geweest, leuke dingen gedaan, genoeg momenten om even te zitten en vooral gewoon fijn met z’n vieren. Maar Raymond en de jongens zien op zulke momenten ook altijd een andere versie van mij naar boven komen. Een versie die een stuk minder ontspannen is dan je misschien zou verwachten op vakantie.
Voor vertrek
Dat begint eigenlijk al ruim voordat we vertrekken. Dan heb ik inpakstress. Niet een beetje, maar echt zo’n lichte paniek dat ik bang ben dat ik iets belangrijks vergeet. Dat slaat natuurlijk nergens op, want alles is te koop en al helemaal als je gewoon in Nederland blijft. Maar toch kan ik daar enorm in doorslaan. Hetzelfde met boodschappen meenemen. Terwijl we ook gewoon ter plekke een supermarkt binnen kunnen lopen, wil ik het liefst al een halve voorraad meenemen. Negen van de tien keer vergeet ik nooit wat, maar ik heb toch altijd het gevoel dat er iets niet compleet is. Tijdens ons tripje ontdekte ik dat ik hormoonzalf was vergeten en dat is wel een essential bij ons in huis. Dan kan ik daar echt ontiegelijk van balen, want dat is niet iets wat je ergens kan kopen. Maar uiteindelijk hadden we het niet nodig. Als het wél noodzakelijk was, hadden we in principe ook wel naar huis kunnen rijden om het op te halen. Maar dat bedenk ik altijd achteraf, nadat de stress een beetje gezakt is.
Tips
Daarnaast wil ik alles goed voorbereid hebben en check ik tientallen keren per dag het weerbericht. Niet dat ik een compleet dagschema maak, maar ik wil wel een lijstje met dingen die er in de omgeving te doen zijn. Want stilzitten is, zoals je inmiddels wel weet, niet echt mijn sterkste kant. Dus vraag ik rond, zoek ik online naar tips en verzamel ik allerlei leuke ideeën. Zo ook voor Kaatsheuvel. Uiteindelijk had ik een hele lijst met uitjes en activiteiten, maar in de praktijk hebben we vooral veel gewandeld en wilden de jongens eigenlijk maar twee dingen: zwemmen en voetballen. En dat is ook meteen het mooie van kinderen. Die hebben vaak helemaal niet zoveel nodig.
Op locatie
Eenmaal aangekomen wil ik eerst alle spullen een plek geven. Koffers uitpakken, dingen neerleggen, een beetje orde creëren zodat het ook een beetje als ‘thuis’ voelt. Daarna wil ik eigenlijk meteen op pad. Even het park verkennen, de omgeving bekijken, zien waar alles zit. Het voelt altijd een beetje gehaast, een beetje onrustig en onwennig. Dat merk ik ook ’s ochtends. We ontbijten en vrijwel direct daarna zit de vraag alweer in mijn hoofd: wat gaan we doen vandaag?
Plezier
Ik wil dat de jongens het naar hun zin hebben. Dat Raymond het leuk vindt. Dat iedereen blij is dat we met z’n vieren weg zijn, want zo vaak gebeurt dat niet. Maar daar zit meteen ook een lastig punt. De jongens worden ouder en soms willen ze gewoon op het park blijven. Even voetballen, zwemmen of hun eigen ding doen. Terwijl ik dan denk: zullen we nog ergens heen? Ik probeer dat steeds meer los te laten, maar ergens vind ik het ook jammer. Tegelijkertijd weet ik dat als ik ze toch meesleep en ze gaan mopperen, de sfeer er ook niet beter op wordt.
Na een uitje lukt het me vaak wel om even te zitten met een boek. Maar zelfs dan zit mijn hoofd alweer bij het volgende moment. Wat gaan we straks doen? Of ik denk aan werk. Of aan dingen die ik thuis had willen doen. Een blog schrijven, sporten, wandelen. Echt rust voelen lukt me niet altijd. Controle loslaten vind ik gewoon lastig. Maar misschien gaan we daar ook veel te weinig voor weg, dat kan natuurlijk ook. Dat ik het niet gewend ben om alles even los te laten en op vakantie te gaan.
Structuur
De afgelopen twee jaar is structuur voor mij heel belangrijk geworden. Ik heb er altijd last van gehad, maar merk dat het vooral de afgelopen maanden veilig voelt. Mijn vaste ritme van eten, sporten en momenten voor mezelf geeft me houvast. Op vakantie valt dat toch een beetje weg. Dat merk ik bijvoorbeeld ook met eten. Omdat voeding voor mij zo’n groot thema is geweest, heb ik thuis bepaalde patronen die me helpen. Op vakantie ziet dat er automatisch anders uit. Een lunch buiten de deur, uit eten, andere tijden. Aan de ene kant geniet ik daar enorm van, want ik ben dol op horeca. Maar ergens voelt het ook nog een beetje ongemakkelijk. Dat stemmetje in mijn hoofd dat zich er toch weer even mee bemoeit.
En alsof dat nog niet genoeg is, heb ik op vakantie ook altijd hetzelfde lichamelijke probleem: het lukt me bijna nooit om naar het toilet te gaan. Dat levert uiteindelijk weer buikpijn en een opgeblazen gevoel op. Waarschijnlijk heeft dat ook gewoon met spanning te maken. Ik kan het mezelf soms echt onnodig ingewikkeld maken.
Werk
Werk speelt ook altijd ergens op de achtergrond mee. Ik werk in een klein en hecht team (met zijn tweetjes, haha) en daardoor voelt het soms ongemakkelijk om weg te gaan. Het werk gaat namelijk gewoon door. Met een nieuwswebsite weet je nooit precies hoe druk het wordt en je kunt je werk dus ook nooit helemaal netjes afronden voordat je vertrekt. Ik kan blogs vooruit plannen, ik kan voor mijn social media-klus alles klaarzetten, maar met mijn werk lukt dat niet. Ook daar valt dus controle en veiligheid weg. Ik probeer vakanties daarom altijd direct na een deadlineweek te plannen, zodat het in ieder geval een beetje logisch en ‘te verklaren’ voelt. Maar verantwoordelijk voel ik me toch.
Als ik er eerlijk naar kijk, ga ik gewoon heel goed op mijn eigen ritme thuis. Werken, de kinderen, sporten, vaste momenten voor mezelf. Mijn eigen omgeving, mijn eigen structuur. Daar voel ik me blijkbaar gewoon het prettigst. Net als nu: de jongens zijn eindelijk weer naar school na 2.5 week vakantie en ik heb mijn laptop gepakt en zit nu bij Kimi’s om lekker buiten de deur te werken. Mijn eigen ding te doen. Straks werk ik thuis verder, ga ik aan het eind van de dag met Maddox naar voetbal, om vervolgens zelf te sporten. Na het avondeten wandel ik, plof ik op de bank voor GTST en Married at First Sight en lees ik in bed mijn boek. Mijn vaste ritueel en dus mijn veiligheid.
Zomervakantie
Wanneer ik hier dan géén last van heb? In de zomervakantie. Die is lang genoeg om echt te landen. De eerste paar dagen ben ik nog onrustig en moet ik een beetje bijkomen van alle stress vooraf, maar daarna merk ik dat ik rustiger word. Omdat we langer weg zijn, voel ik niet de druk om alles in een paar dagen te proppen. Mijn lijst met tips is dan nog steeds eindeloos en ja, na het ontbijt sta ik nog steeds te springen met de vraag wat we gaan doen, maar als we daarna terugkomen van een uitje kan ik ook gerust uren met een boek in de zon zitten. Omdat ik weet dat er nog genoeg dagen volgen om het lijstje af te kunnen vinken. Om vervolgens de laatste dagen toch weer een beetje onrustig te worden. Inpakken, naar huis gaan, werk dat weer begint en ergens ook gewoon zin om weer terug te zijn in mijn eigen ritme.
Zoals mijn collega laatst zei: het concept vakantie is gewoon niks voor jou. Misschien heeft hij daar ergens wel een punt. Een korte vakantie is in ieder geval niet echt mijn ding. Maar het grappige is dat ik achteraf eigenlijk altijd terugkijk op fijne dagen. Op qualitytime met het gezin, leuke momenten en herinneringen waar ik blij van word. Ik word ontiegelijk blij als ik denk aan de dagen in Kaatsheuvel en als ik de foto’s terugzie, denk ik niet aan het stressgevoel dat eromheen hing. Dan denk ik alleen maar aan de fijne wandelingen, de leuke momenten met Raymond, het lachen dat we hebben gedaan, de terrasjes waar we gezeten hebben en het plezier dat de jongens hadden. Ja, Kaatsheuvel was heerlijk.
Ook al zou je dat misschien niet meteen denken als je dit zo leest.