Elke ochtend als ik op kantoor binnenkom, is hij er al: de schoonmaker. Hij kijkt op, glimlacht en vraagt hoe het gaat. Het is een vraag die ik standaard beantwoord met ‘prima, met jou?’, in welke staat ik ook binnenkom. Dat zal je vast wel herkennen. Het is ook zo’n vraag die mensen je stellen, of die je zelf stelt, terwijl je alweer doorloopt en verder gaat met de dag. Waarom vragen we het eigenlijk, als het antwoord ons eigenlijk niet interesseert? Maar goed, dat is een andere discussie. Zijn antwoord is namelijk óók altijd hetzelfde: ‘Goed hoor. Als we maar gezond zijn, dan is het goed.’
Eenvoudig
In het begin dacht ik daar eigenlijk nooit over na en riep ik: ‘zo is dat!’ Maar ik merk dat het me de laatste tijd toch wel aan het denken zet. Zoals altijd tegenwoordig, maar dat even terzijde. Al mijn laatjes zijn opengetrokken en liggen onder een vergrootglas, waardoor ik me onwijs bewust ben van alles wat ik zeg, doe en denk. Best vermoeiend, maar het levert dus genoeg inspiratie op voor blogs. Terug naar die gezondheid. Het klinkt zo eenvoudig, als we maar gezond zijn, terwijl het in werkelijkheid zo allesbepalend is. Want als je gezond bent, dan is er ruimte en rust. Dan zijn er dagen die niet meteen worden ingekleurd door afspraken in het ziekenhuis, door zorgen die op de achtergrond meedraaien of door een lichaam dat je steeds even herinnert aan het feit dat niets vanzelfsprekend is en dat je eigenlijk helemaal niet zo gezond bent als je graag zou willen.
Omgeving
Ik zie het in mijn eigen omgeving, in de dingen die dichtbij komen en waar gezondheid geen vanzelfsprekend uitgangspunt is. In mijn familie bijvoorbeeld, bij mijn nichtje met een handicap. Daar zie je heel concreet wat het betekent als gezondheid niet iets is wat je hebt, maar iets wat voortdurend aandacht vraagt en aanwezig blijft. Het is er altijd, of je dat nu wilt of niet. Ik zie het bij mijn moeder, die ernstig COPD heeft en steeds meer beperkt wordt in haar doen en laten. Ook al laat ze zich niet beperken, het is wel altijd aanwezig. Zo moeder, zo dochter.
Zorgenkindje
Ik zie het ook in de opvoeding van Maddox. Ondanks dat het nu goed met hem gaat, voelt hij nog steeds als mijn zorgenkindje. Astma, eczeem en voedselallergieën zijn niet iets wat je even achter je laat zodra het stabiel lijkt. Het zit in kleine dingen, in alert blijven zonder dat je het echt doorhebt, in automatisch meekijken en meeluisteren. Een ademhaling die net iets anders klinkt, een hoest die blijft hangen, een huid die weer begint op te spelen, opeens in de stress schieten als je wat vlekken ziet verschijnen na het eten van iets anders, midden in de nacht even bij hem kijken als hij benauwd naar bed is gegaan, hem toch even wakker maken voor zijn medicatie, altijd ziekenhuisafspraken in de agenda. Het zijn geen grote rampen op zichzelf, maar het zijn wel de dingen waar je je voortdurend toe verhoudt. ‘Heb je je medicijnen genomen?’, ‘Smeer je je zalf even’, ‘we moeten weer naar de kinderarts’, het zijn zinnen die zo normaal zijn geworden dat ze nauwelijks nog opvallen. Onze kinderen groeien op met de wetenschap dat het ziekenhuis gewoon onderdeel is van het leven.
Stempel
En dan is er natuurlijk ook nog mijn eigen stuk. Altijd al een onderdeel van mijn leven geweest en het drukt nu een grote en allesbepalende stempel op mijn dagen. De tweewekelijkse ziekenhuisbezoeken, het bloedprikken, onderzoeken, het steeds opnieuw schakelen tussen hoop, spanning en afwachten, korte lijnen met de artsen, mijn dagen aanpassen. Het is niet eens meer iets dat ik er af en toe naast doe; sinds zes jaar, en vooral de laatste twee jaar, is het een groot onderdeel van mijn leven geworden en doe ik alles met dit in mijn achterhoofd. Dus ergens begrijp ik die zin van de schoonmaker heel goed. Als je maar gezond bent, dan is het goed. Want als dat zo is, dan hoef je inderdaad minder te dragen. Minder te anticiperen, minder te controleren, minder rekening te houden met alles wat er mis zou kunnen gaan. Dan is er simpelweg meer ruimte in je hoofd voor dingen die niet draaien om zorgen of onzekerheid.
Het is iets wat zich steeds opnieuw laat zien, of juist niet, en wat daarmee ook steeds opnieuw je dag kan bepalen. Ik weet niet beter dan dat het er altijd een beetje doorheen loopt. Dat er altijd iets is om rekening mee te houden, of het nu fysiek is of mentaal. Ik kan benauwd opstaan, of relatief fit. Toen ik meer last had van mijn eczeem, was het eerste dat ik deed in de spiegel kijken. Het ene moment was ik redelijk eczeemvrij; een volgende dag kon ik opeens helemaal onder de uitslag zitten. Ja, dat is allemaal wel bepalend voor de rest van de dag. Op dit moment is het vooral mijn hoofd die wat lastig doet en de ene dag ben ik iets sterker dan de andere dag. Misschien is dat wel waarom die ene zin blijft hangen. Omdat hij voor de één vooral rust betekent en voor de ander ook een herinnering is aan alles wat er onder die rust kan liggen. ‘Ja, als je maar gezond bent! Maar dat ben ik niet! En nu dan?’ Vooral op slechtere dagen kan ik dat wel schreeuwen naar hem, hoe lief hij het ook bedoelt.
Lichter
Een goede gezondheid maakt het leven niet perfect. Dat verwacht ik ook niet. Maar ik denk wel dat het het leven lichter kan maken, op een manier die ik zelf niet als vanzelfsprekend ken. Minder schakelen, minder scannen, minder vooruitdenken in scenario’s die zich misschien nooit voordoen, me minder druk maken, minder zorgen hebben voor de mensen om me heen. Wat een ruimte zou dat geven. Maar eigenlijk weet ik niet beter dan dit, wanneer gezondheid juist iets is waar je steeds weer mee bezig bent, op de achtergrond of juist heel zichtbaar aanwezig. Waar je gewoon continu rekening mee moet houden. Soms denk ik dat echte gezondheid iets is wat je pas herkent wanneer je merkt dat het er niet meer vanzelfsprekend is.
Dus de schoonmaker heeft wel gelijk, ja. Als je gezond bent, is er ruimte in je hoofd en in je dag. Dan hoef je minder vooruit te denken en minder te dragen terwijl er nog niet eens echt iets aan de hand is. En ik merk dat ik daar steeds vaker bij stilsta, omdat ik weet hoe snel dat kan verschuiven, hoe weinig vanzelfsprekend dat eigenlijk is. Gezondheid is voor mij nooit een stabiele factor geweest, maar iets waar ik altijd rekening mee moet houden. Misschien blijft die zin daarom wel hangen. Omdat hij zo eenvoudig klinkt, terwijl hij voor mij juist laat zien dat die vanzelfsprekendheid er niet altijd is.
Wat als het niet zo is?
‘Als we maar gezond zijn’ klinkt als een geruststelling, iets wat je bijna automatisch zegt in gesprekken, maar ik hoor er steeds vaker een vraag onder liggen die ik zelf niet zo makkelijk kan wegduwen: wat als dat dus niet zo is? Wat als gezondheid niet het startpunt is, maar iets wat wankelt of ontbreekt, of telkens opnieuw onder druk komt te staan? Gaat het leven dan automatisch minder goed, of wordt het alleen maar ingewikkelder om het nog zo eenvoudig op te vatten?
Ik hoor diezelfde zin ook terug in de zwangerschap, in gesprekken, in wensen, in alles wat met nieuw leven te maken heeft. ‘Als het maar gezond is’, ‘Een gelukkig en gezond nieuw jaar!’ Ergens snap ik dat volledig, misschien juist omdat ik weet hoeveel rust dat kan geven als het wél zo is. Of nou ja, weten? Ik dénk het te weten. Maar ik weet ook hoe dun die laag is, hoe weinig controle je daar uiteindelijk echt over hebt en hoe snel het leven zich daar toch anders in kan gaan gedragen dan je had gehoopt of gedacht. Als we over fysieke gezondheid spreken, maar ook als het over onze mentale gezondheid gaat. Daar kan van de een op de andere dag een knop worden omgezet die de hele boel in de war schopt. Dat maakt dat ik die zin niet meer alleen als iets geruststellends hoor, maar ook als iets wat blijft hangen. Juist omdat het zo afhankelijk is van iets wat je nooit helemaal in handen hebt. Gezondheid bepaalt zoveel en tegelijk heb je er zo weinig grip op.
Aandacht
Gezondheid wordt vaak gezien als de basis voor een goed leven, terwijl juist wanneer die basis wankelt, blijkt dat het leven niet automatisch minder goed wordt. Het is alleen iets minder vanzelfsprekend. Juist toen mijn gezondheid op alle vlakken begon te wankelen, werd ik me daar steeds bewuster van. Misschien maakt dat ook dat ik anders ben gaan luisteren naar de woorden die we zo makkelijk tegen elkaar zeggen. Zinnen over gezondheid rollen er vaak gedachteloos uit, terwijl ze voor de één iets heel anders betekenen dan voor de ander.
Ik ga het daarom anders proberen te doen. Ik ga niet meer automatisch vragen ‘alles goed?’ of zinnen uitkramen die met gezondheid te maken hebben. Ik vraag gewoon: ‘Hoe gaat het vandaag met je?’ En als er dan ook nog eens met oprechte aandacht geluisterd wordt naar het antwoord, dan is er misschien even een klein moment van echte aandacht.