Laatst bestelde ik bij Shoeby een nieuwe jeans. In maat 26, de kleinste maat die ze hebben. Toen hij binnenkwam en ik ernaar keek, was mijn eerste reactie: ‘Daar ga ik never nooit in passen!’ Maar hij paste. Sterker nog, de broek was zelfs nog wat aan de ruime kant. Als iemand me een paar jaar geleden had verteld dat ik ooit de allerkleinste maat uit een winkel zou meenemen en dat die vervolgens eigenlijk wat te groot zou zijn, had ik diegene sowieso voor gek verklaard. Ik stond namelijk altijd aan de andere kant van het kledingrek. Ik heb jarenlang maat 42 gedragen en als dat dan een keer klein viel, kon ik het bij de reguliere kledingwinkels wel vergeten om te shoppen.
Inmiddels draag ik dus een kleine maat en heb ik soms het tegenovergestelde probleem. Als een merk ruim valt, houdt het voor mij soms op. Ik koop ook graag YAYA en dan ga ik voornamelijk naar Kraanmode bij ons om de hoek. Alleen heb ik daar nu een probleem: negen van de tien keer hebben ze pas kleding vanaf maat 36 en dat is me op dit moment te groot. Ik vind dat een gekke gewaarwording, vooral omdat ik me nog zo goed kan herinneren hoe het voorheen was en ik soms verdrietig een fantastisch item moest terughangen omdat ik niet in een 42 paste en het merk niet groter ging.
Twintig jaar lang willen afvallen
De mensen die me al een tijdje volgen, hebben me in allerlei maten voorbij zien komen. Ik heb 90 kilo gewogen, 60 kilo gezien en alles ertussenin. Ben afgevallen, weer aangekomen, weer opnieuw begonnen en heb mezelf jarenlang wijsgemaakt dat het leven een stuk leuker zou zijn als ik eenmaal slank was. Ik ben, zonder overdrijven, zéker twintig jaar met mijn gewicht bezig geweest. Er was altijd wel een bepaald getal waar ik naartoe wilde werken en als ik dat eenmaal zou bereiken, zou ik vast veel zekerder zijn. Dan zou ik eindelijk tevreden in de spiegel kijken, zonder overal iets op aan te merken. Nou, ik kan je inmiddels uit ervaring vertellen dat dat dus niet zo werkt.
Ik ben nu lichter dan het streefgewicht dat ik vroeger voor ogen had en waar ik jarenlang, tevergeefs, naartoe probeerde te werken met alle diëten die je je maar kunt bedenken. Maar die onzekerheid? Die is nog vrijwel iedere dag aanwezig. Soms vraag ik me zelfs af of die niet erger is geworden, want dat gewicht en die onzekere punten zijn nog steeds dagelijks een issue. Ik kan tegenwoordig een broek in maat 34 aantrekken en vervolgens voor de spiegel staan kijken of mijn benen niet te dik zijn. Ik kan een foto van mezelf zien waarop ik echt wel kan constateren dat ik flink ben afgevallen, om vervolgens binnen een paar seconden alweer een hele lijst met verbeterpunten te hebben. Mijn borsten zijn verdwenen, mijn billen zijn plat en waarom blijven mijn benen toch zo stevig? Mijn armen en schouders vind ik inmiddels oprecht heel cool gespierd, maar zelfs daar kan ik op een slechte dag nog wel iets op aanmerken. Het is nooit goed.
Onzekerheid
Vooral mijn benen blijven een ding. Ik schreef een tijdje geleden al over mijn Styleguide-tijd, waarin ik vrijwel dagelijks outfitfoto’s op mijn blog plaatste en nogal wat commentaar op mijn uiterlijk kreeg. Mijn kuiten waren te dik, mijn enkels bestonden niet, mijn bovenbenen waren niet om aan te zien en blijkbaar had ik de ene dag X-benen en de volgende dag O-benen. Die bovenbenen mochten echt niet gezien worden in een skinnyjeans en aan hoge laarzen moest ik me maar niet wagen. Dat waren varkenspootjes. Het is inmiddels jaren geleden, maar die opmerkingen zitten nog steeds in mijn achterhoofd en sommige daarvan kan ik nog letterlijk opdreunen. Tot op de dag van vandaag vraag ik Raymond of ik wel een korte broek aan kan, of ik die jeans wel kan hebben, of ik wel die laarzen moet aantrekken en bekijk ik mijn benen in spiegels en weerspiegelingen van ramen. Zelfs in de sportschool kan ik mezelf erop betrappen dat ik tijdens het squatten kijk hoe mijn benen eruitzien. Nog steeds vind ik mijn benen te fors voor de maat die ik draag, ook al zijn ze zo hard als beton volgens mijn kind omdat ik zo lekker aan het sporten ben. Ik vind dat zelf soms ook behoorlijk vermoeiend, maar het gaat inmiddels zo automatisch dat ik het vaak niet eens meer doorheb.
Vroeger dacht ik dat afvallen de oplossing was. Als mijn benen maar dunner werden, zou ik me er vast niet meer zo druk om maken. Zouden ánderen zich er niet zo druk om maken. Inmiddels weet ik dat ik mezelf ook met een veel lager gewicht nog behoorlijk kan afkraken. Ik heb jarenlang gedacht dat er ergens een gewicht bestond waarbij ik eindelijk tevreden zou zijn. Nu ben ik daar ruimschoots onder gekomen en kijk ik nog steeds regelmatig met dezelfde kritische blik naar mezelf. Al die jaren onzekerheid zijn niet zomaar verdwenen omdat mijn kledingmaat veranderd is, al hoopte ik al die tijd van wel. God, wat zonde van mijn tijd eigenlijk.
Dubbel gevoel
Daar komt bij dat mijn gewichtsverlies natuurlijk niet bepaald het resultaat is van een fantastische periode waarin ik lekker in mijn vel zat. Ik heb eerder uitgebreid geschreven over mijn gezondheid en alles wat er de afgelopen tijd is gebeurd, dus dat ga ik hier niet opnieuw doen. Maar het maakt wel dat ik soms een beetje ongemakkelijk word wanneer mensen enthousiast reageren op hoe slank ik ben geworden. Ik begrijp die complimenten heus wel. Met mijn afvalverleden zullen mensen waarschijnlijk denken dat het me nu eindelijk wél gelukt is om die knop om te zetten. Afvallen was in mijn ogen altijd positief en aan de reacties van anderen te merken, wordt dat ook altijd als iets gezien om complimenteus over te zijn.
En laat ik even heel eerlijk zijn: ik vind het nu ook best prettig om al die kilo’s kwijt te zijn. Dat vind ik het lastige eraan. Maar misschien had ik het liever bereikt op een gezonde manier, waarbij ik heel bewust werkte aan een nieuwe levensstijl. Iets wat ik dus al die jaren wel heb geprobeerd, maar wat me niet gelukt was. Voor nu vind ik het helemaal geen complimenten waard. Ik weet namelijk wat eraan vooraf is gegaan en hoeveel het me lichamelijk en mentaal heeft gekost. Complimenten over mijn inmiddels gekweekte spieren neem ik trouwens wel heel erg graag aan; daar werk ik al maanden heel hard voor en dat zie ik dan ook als een knappe prestatie. Maar als je hele eetlust verdwenen is door je mentale toestand en je jezelf over de kop sport? Daar is niks positiefs aan en daar wil ik ook geen complimenten voor krijgen.
Aan de andere kant
Ik geniet er ook echt wel van dat ik tegenwoordig zoveel keuze heb als ik kleding ga kopen. Ik kan dingen aantrekken die ik vroeger waarschijnlijk niet eens had durven passen en hoef niet meer eerst te controleren of een merk überhaupt wel mijn maat verkoopt. Al komt het dus ook voor dat ik iets moet laten hangen omdat de kleinste maat te groot is. Gelukkig kun je tegenwoordig nog wel het een en ander oversized dragen, dat is maatschappelijk blijkbaar een stuk acceptabeler dan wanneer iets te strak zit.
Wat ik me de laatste tijd trouwens ook afvraag: er zijn toch ontzettend veel vrouwen die nog smaller gebouwd zijn dan ik? Waar kopen die hun kleding? Als ik soms al moeite heb om iets te vinden dat klein genoeg is, moet dat voor hen toch helemaal lastig zijn? Daar heb ik vroeger nooit bij stilgestaan. Ik keek juist vaak met enige jaloezie naar vrouwen die zonder nadenken een kleine maat uit het rek pakten en ging er eigenlijk automatisch van uit dat zij nergens last van hadden. Niet met kleding kopen en al helemaal niet met hun zelfbeeld. Inmiddels vraag ik me af hoeveel van die vrouwen misschien net zo onzeker zijn over hun lichaam als ik jarenlang ben geweest. En nog steeds ben.
Want ik zou graag zeggen dat ik inmiddels veel milder naar mezelf kijk, maar dat zou niet helemaal eerlijk zijn naar jullie én mezelf toe. Er zijn dagen waarop ik mezelf prima vind en een leuke outfit aantrek zonder er verder bij stil te staan. Maar er zijn ook genoeg dagen waarop ik mezelf van top tot teen kan bekijken en overal wel iets op aan te merken heb. Ik betrap mezelf ook regelmatig op de gedachte: ‘Staat dit lijf gelijk aan maat 34? Dat zag er vroeger in mijn hoofd heel anders uit.’
Wennen aan mezelf
Ik moet eraan wennen en dat is niet zo gek, want het is allemaal in een behoorlijk rap tempo gegaan. Van maat 42 naar maat 34 in twee jaar tijd zou ik niemand aanraden, zeker niet op de manier waarop het bij mij is gegaan. Het kost me veel tijd en moeite om mezelf anders te leren zien en dat merk ik dus ook tijdens het winkelen. Nog steeds loop ik een paskamer in met grotere maten dan ik nodig heb en moet ik regelmatig online bestellingen retourneren omdat ik mezelf weer eens te groot heb ingeschat.
Laatst zag ik ergens een foto van mezelf voorbijkomen waar ik best een tijdje naar heb zitten kijken. Ik herkende mezelf natuurlijk wel, maar het beeld op die foto strookte totaal niet met hoe ik mezelf zie op dit moment. En het gekke is dat ik tegenwoordig ook regelmatig oude foto’s tegenkom waarop ik mezelf destijds veel te dik vond. Ik weet nog precies hoe onzeker ik me op dat moment voelde en waar ik allemaal ontevreden over was. Terwijl ik nu naar diezelfde foto’s kijk en eigenlijk alleen maar een leuk mens zie. Ik zou soms willen dat ik mezelf toen even door mijn ogen van nu had kunnen bekijken.
Zelfbeeld is een raar concept en in mijn geval soms best tricky. Ik weet inmiddels heel goed hoe mijn hoofd werkt en toch lukt het me niet om daar iets aan te veranderen. Al die jaren heb ik gedacht dat het leven pas echt leuk zou worden als ik mijn streefgewicht had bereikt. ‘What the hell was I thinking?’ vraag ik me nu regelmatig af. Want inmiddels ben ik zelfs lichter dan ik ooit had bedacht en toch voelt het nog steeds niet goed genoeg. Het stomme is natuurlijk dat ik nu al weet hoe dit gaat. Over drie jaar kom ik via mijn herinneringen weer een foto van mezelf tegen die ik vandaag misschien liever niet zou plaatsen, omdat ik mijn benen te stevig vind of mijn billen niet mooi genoeg. En dan kijk ik ernaar met precies dezelfde gedachte als bij die oude foto’s: waar de hel maakte ik me toen eigenlijk zo druk om? Ik zou willen dat ik dat nu al kon zien.